QNAP Systems, Inc. - netwerk opslag (NAS)

Language

Support

Hoe Virtualization Station te gebruiken?

De eerste NAS-server met gecentraliseerd virtualisatiebeheer:

Virtualization Station van QNAP maakt gevirtualiseerde bureaubladoperaties op de Turbo NAS mogelijk voor het beheren van meerdere virtuele machines. Dankzij de gebruiksvriendelijke interface kunt u alle op de Turbo NAS gecreëerde virtuele machines moeiteloos centraal beheren. De Turbo NAS, die in staat is om meerdere besturingssystemen te hosten, is niet alleen een opslagruimte voor het archiveren en back-uppen van data maar tevens een uitgebreide en krachtige NAS-server.

Er zitten veel voordelen aan gevirtualiseerde bureaubladoperaties: (1) virtuele machines kunnen met verschillende besturingssystemen worden gecreëerd, (2) het is mogelijk om direct data en bestanden te gebruiken via toepassingen geïnstalleerd op de virtuele machines, (3) alle operaties worden uitgevoerd op de NAS om het risico van het lekken van data te reduceren en om het gebruik van de bandbreedte van het netwerk eveneens te minimaliseren.

Virtualization Station installeren

Log als beheerder in op de NAS als u de Virtualization Station app op de QNAP Turbo NAS wilt installeren. Ga naar "App Center" > "Virtualization Station" en klik op "Add To QTS" (Toevoegen aan QTS). Start Virtualization Station nadat de installatieprocedure werd voltooid.



Als u Virtualization Station start, zal het eerst controleren of de firmware van de QNAP Turbo NAS versie 4.0.5 of hoger is, of de BIOS van de VT (virtualisatietechnologie) gestart is of niet, en of de Turbo NAS ten minste 4GB aan geheugen heeft.



Kies daarna de standaard map op de QNAP Turbo NAS voor het vinden van de VMs (virtuele machines) die u in de toekomst zal gaan creëren.

Na het instellen van de standaard map, worden de op de VMs (virtuele machines) gecreëerde virtuele schijven in de standaard map geplaatst.

Kies daarna de Ethernet voor de VMs (virtuele machines) die u in de toekomst zal gaan creëren.

Als u klaar bent met het instellen van de standaard map en netwerkinterface, moet u op "finish" (Voltooien) klikken om te beginnen met het gebruik van Virtualization Station op de QNAP Turbo NAS.

Een VM (virtuele machine) installeren:

Een VM (virtuele machine) via een CD/DVD installeren:

Als u een VM (virtuele machine) wilt installeren door middel van een CD/DVD van een besturingssysteem, moet u eerst een ISO-image van de schijf creëren en deze opslaan in de QNAP NAS. Als u de software voor het creëren van ISO-bestanden niet heeft, moet u naar de onderstaande link gaan om een geschikte toepassing te downloaden.

https://cdburnerxp.se/en/download

Na het downloaden en starten van CDBurnerXP, kiest u "Copy or grab disc" en klikt u op "OK".

Kies "Hard disk" als doel, en wijs een bestemmingsmap toe. Geef het bestand een naam, en kies "File type: ISO (Single track)". Klik op "Copy disc" om het proces te starten.

Er wordt een ISO-imagebestand van de CD/DVD gegeneerd in de door u gekozen bestemmingsmap.

Een VM (virtuele machine) via een ISO-bestand installeren:

In het overzicht staat informatie over de QNAP Turbo NAS, waaronder de naam, de CPU-specificaties en het gebruik en ervan, de totale geheugencapaciteit en het gebruik daarvan. Daaronder staat een lijst van alle VMs (virtuele machines) die u hebt gecreëerd.

VM creëren:

Als u een VM (virtuele machine) wilt creëren, kiest u , en daarna kunt u kiezen uit verschillende standaard sjablonen: "micro, mini, klein, medium, groot en extra groot" voor het bouwen van een persoonlijke VM (virtuele machine).


Daarna kunt u de instellingen configureren zoals het type en de versie van het besturingssysteem, de locatie van het CD-imagebestand, de map waar de VM is te vinden, en de netwerkinterface.



Klik op "Create" (Creëren) om het configureren te voltooien en u hebt uw eigen VM (virtuele machine) gecreëerd.

Klik daarna op "Start" om naar deze VM (virtuele machine) te gaan.

Klik op "Console" om het besturingssysteem op deze VM (virtuele machine) te installeren.




Introductie tot de gebruikersinterface en functies van Virtualization Station

Overzicht:

Het overzicht laat details zien van de QNAP NAS, zoals de naam, CPU en het geheugengebruik, alle volumecapaciteit en realtime I/O-netwerkverkeer. Onder die details staan alle VM’s (virtuele machines) die u aangemaakt heeft.Daaronder staat een lijst van alle VMs (virtuele machines) die u hebt gecreëerd.

Er zijn vijf snelknoppen in de actiekolom om de VM te bedienen waaronder “Power Control” (Aan/Uit-regeling), “Console”, “Share” (Delen), “Account Management” en “QVM Assign” (QVM toewijzen).

  1. VM importeren:

    Als u een VM (virtuele machine) wilt importeren, kies dan eerst en daarna kunt u het belangrijkste VM-bestand vanuit de QNAP Turbo NAS of uw PC importeren.


    Opmerking: de bestandsformaten *.ova en *.ovf zijn alleen compatibel met virtuele machines geëxporteerd vanuit VirtualBox v4 en VMWare. Het *.vmx-formaat is alleen compatibel met virtuele machines gecreëerd in VMWare Workstation 8/9. Het *.qvm-formaat werkt alleen met Virtualization Station.

     

    Daarna kunt u de instellingen voor het importeren van VMs configureren.

    Als u klaar bent met het configureren moet u op "import" (Importeren) klikken en wachten totdat het importeren is voltooid. U ziet de VM die u hebt geïmporteerd in Virtualization Station.


  2. VM exporteren:

    Als u een VM (virtuele machine) wilt exporteren, moet u deze VM (virtuele machine) voor het exporteren uitschakelen.



    Selecteer daarna , en configureer de instellingen zoals de locatie en de format voor het exporteren van bestanden, of er afbeeldingen moeten worden geëxporteerd (en of deze moeten worden gecomprimeerd of niet), en de naam van de bestanden die moeten worden geëxporteerd. Klik op "Start" nadat u deze instellingen hebt geconfigureerd om de VM te exporteren.


    Klik op "Finish" (Voltooien) als de voortgang van het exporteren 100% heeft bereikt. Als u de geëxporteerde VM wilt downloaden, klik dan op “Download”.

    U kunt op klikken om alle VM-exporttaken te controleren.

  3. Snapshot:

    Virtualization Station heeft een snapshot-functie om de status van het systeem van de virtuele machine op elk gewenst moment vast te leggen. Als een virtuele machine uitvalt, kunnen gebruikers het snel herstellen tot het moment van de snapshot om zo het systeem ononderbroken te laten functioneren.

    Ga naar de VM-informatiepagina en klik op “Snapshot”.


    Ga eerst naar om de VMs (virtuele machines) te selecteren waarvan u een snapshot wilt maken, en klik op "Snapshot".





    Als de melding "Snapshot [naam snapshot] met succes gecreëerd." verschijnt, klikt u op "Hide" (Verbergen) om naar het hoofdscherm van "Snapshots" te gaan. Klik daarna op om alle snapshot-taken te controleren, en als u de status van het systeem wilt herstellen tot het moment waarop u de snapshot creëerde moet u op "Revert" (Terugzetten) klikken.



  4. Netwerkinstellingen:

    Wanneer u klikt op “Network Setting” (Netwerkinstelling) zal de netwerktopologie weergegeven worden. Door te klikken op de VM-adapter kunt een virtuele switch aankoppelen. Door te klikken op de Virtuele Switch kunt u de netwerkmodus instellen en gekoppeld worden aan een Ethernet interface.


    Netwerk modi:
    • Geïsoleerd netwerken
      Het het aansluiten van een ethernetinterface op een Virtual Switch creëert een geïsoleerd netwerk. Het handmatig instellen van IP-adressen van VMs kan communicatie tussen op dezelfde Virtual Switch aangesloten VMs mogelijk maken.
    • Alleen extern netwerken
      Na het aansluiten van een ethernetinterface op een Virtual Switch wordt het IP-adres van de interface veranderd in 0.0.0.0 zodat het netwerkverkeer van de VM niet via de NAS verloopt.
    • Bridged Networking
      Als u een ethernetinterface (met de beschikbaarheid van poorttrunking) aansluit op een Virtual Switch wordt er een 'bridged' netwerk gecreëerd. De NAS en de Virtual Switch kunnen dezelfde ethernetinterface delen zonder bezet te zijn, en tevens is het mogelijk om op hoge snelheid data over te brengen via de interne route.
  5. Accountbeheer:
    Als u kiest, verschijnt er een tabel met daarin machtigingen van de gebruikers. In deze tabel staat een overzicht van de machtigingen van de gebruikers voor elke VM (virtuele machine) waaronder Regelmachtiging en Alleen-kijken, of er staat een overzicht van VMs voor elke gebruiker. U kunt "Alles" selecteren om beide overzichten weer te geven.


    Klik op [Gebruiker creëren] om een nieuwe gebruiker te creëren. U kunt VMs toewijzen aan de gebruiken en de machtigingen voor het gebruiken van VMs instellen zoals Console en Acties. Als u de machtigingen van bestaande gebruikers wilt wijzigen, moet u op de gebruikersnaam klikken en de machtigingen resetten.


    Als u op klikt in de tabel, kunt u een VM toevoegen aan de huidige gebruiker met een regelmachtiging of de machtiging Alleen-kijken. Echter, als u op klikt in de tabel, kunt u de VM uit de tabel verwijderen.


    Als u gebruikers wilt verwijderen, moet u de gebruikersnamen aanvinken, en op [Verwijderen] klikken.
  6. Apparaatbeheer:

    De apparaatconfiguratie van VM’s is hier weergegeven. U kunt schakelen tussen tabbladen waaronder “Overview” (Overzicht), HDD, “Network” (Netwerk) en USB om hun informatie te controleren. Door te klikken op “Edit” (Wijzigen) kunt u apparaten toevoegen, verwijderen en aanpassen.



    a. HDD

    U kunt kiezen tussen: 1) “Storage View” (Opslagweergave) 2) “VM View” (VM-weergave)
    De opslagweergave laat het gebruik zien van elke gedeelde map en datavolume, terwijl de VM-weergave HDD-configuraties laat zien zoals controllers en cache-modi.


    b. Network

    U kunt kiezen tussen: 1) “Network View” (Netwerkweergave) 2) “VM View” (VM-weergave).
    De netwerkweergave laat het verkeer zien van de Virtuele Switches en verbonden VM’s, terwijl de VM-weergave netwerkadapter-configuraties laat zien zoals apparaatmodellen en MAC-adressen.



    c. USB

    U kunt kiezen tussen: 1) “USB View” (USB-weergave) 2) “VM View” (VM-weergave).
    De USB-weergave laat informatie zien over USB-apparaten, terwijl de VM-weergave de verbonden VM laat zien.



  7. VM back-uppen en herstellen:

    De VM kan geback-upt/hersteld worden vanuit/naar een externe of locale NAS. Iedere taak kan handmatig geactiveerd, gestopt, gewijzigd en verwijderd worden.

    Na het klikken op “New Task” (Nieuwe taak), kunt u een back-up of hersteltaak maken naar/vanuit de locale of externe NAS.


    7.1 Externe NAS-informatie bewaren
    Voor externe back-up/hersteltaken kan de externe NAS-informatie bewaard worden voor toekomstig gebruik.

    7.2 Back-up plannen
    Bij het plannen van een back-up kan het maximum aantal back-upversies ingesteld worden voor optimaal opslaggebruik.

    7.3 Externe NAS-beschrijving beheren
    In “Manage NAS Description” (NAS-beschrijving beheren) kunt u de bewaarde externe NAS-informatie en beschrijving wijzingen, aanmaken en verwijderen.

    7.4 Een VM back-up in de locale NAS opstarten
    De VM back-up in de locale NAS kan direct opgestart worden als een VM maar die kan niet langer hersteld worden. Dit mechanisme reduceert de down-time van services die op de VM draaien.

  8. Voorkeuren:

    Wanneer u kiest “Preferences” (Voorkeuren) zult u de onderstaande vier tabbladen zien:
    1. Standaard map: u kunt de standaard map voor de locatie van imageschijven (ISO-imagemap) van het besturingssysteem, en de locatie van de VM-images (HDD-imagemap) instellen.
      Voor andere gebruikers die geen NAS-toegangspermissies hebben en misschien CD/DVD-images nodig hebben, kunt u de standaard map instellen voor de locatie van de CD/DVD-images (CD/DVD gedeelde mappen).
    2. Poortinstellingen:
      De standaard poorten van "Webserver", "Webserver (SSL)", en "TML5 Console" zijn respectievelijk 8088, 8089 en 3388. U kunt de poorten opgeven welke door Virtualization Station worden gebruikt.
    3. c. UPnP-instellingen: U kunt de UPnP-router in- of uitschakelen zodat vanuit het Internet toegang hebt tot uw NAS. (Opmerking: deze functie werkt alleen met apparaten die met UPnP-services werken.)
    4. Taal
      U kunt de weergavetaal veranderen.

  9. VM-marktplaats:

    Als u kiest, verschijnen er twee VM-marktplaatsen: "Bitnami App Store" en "VMware Virtual Appliances Marketplaces". Al u op één van hen klikt, bijvoorbeeld [VMware Virtual Appliance Marketplaces], verschijnt er een workflow voor het downloaden van virtuele toepassingen om u te helpen bij het downloaden en importeren ervan in Virtualization Station.


  10. Logs:

    Als u de systeemlogs van Virtualization Station wilt controleren, moet u op klikken. Als u het complete rapport van systeemlogs wilt downloaden, moet u op "Download" (Downloaden) klikken om een CSV-bestand met de systeemlogs van Virtualization Station op uw PC te downloaden.
  11. Virtuele Machine Informatiepagina:

    Via een lijst van virtuele machines hebt u een overzicht van alle VMs (virtuele machines) die u hebt gecreëerd. Als u een VM (virtuele machine) selecteert, krijgt u een overzicht van de hardware-informatie over deze VM (virtuele machine).
    • Als u op [In-/uitschakelen] klikt wordt deze VM (virtuele machine) gereset of in- of uitgeschakeld.
    • Als u op "Suspend" (Pauzeren) klikt, wordt deze VM (virtuele machine) gepauzeerd en kunt u later weer "Doorgaan".
    • Als u op "Console" klikt wordt deze VM (virtuele machine) ingeschakeld en kunt u gebruik maken van het besturingssysteem op deze VM (virtuele machine).
    • Als u op "Snapshot" klikt, wordt de status van het systeem van de virtuele machine op dat moment vastgelegd.
    • Als u op "Delete" (Verwijderen) klikt, wordt deze VM (virtuele machine) verwijderd.
    • Als u op "Clone" (Klonen) klikt, wordt deze VM (virtuele machine) gekopieerd naar een andere gedeelde map op de QNAP Turbo NAS.
    • Als u klikt op “Insert VM Driver” (VM-driver plaatsen), zal de VM-driver-image in de VM geplaatst worden. (Let op: met deze VM-driver kunt u VirtIO interface apparaten zoals Virtual Gigabit Ethernet en Virtual Disk Controllers installeren. Na het kiezen van de VirtIO interface apparaten, kunt u de VM-driver gebruiken om deze op de VM te installeren.)

    Als u op "Virtual Machine Settings" klikt, kunt u elke optie van de VM (virtuele machine), waaronder het netwerk, de hardware, de bootopties, de CD-ROM, video, automatisch starten en de afstandsbediening instellen.



    Door het aanvinken van “Local Display” (Locale weergave) kunt u de VM locaal bedienen via HD Station. U kunt een toetsenbord, muis en HDMI-beeldscherm gebruiken om de VM direct te bedienen zoals een normale PC.

    Na het aanvinken van deze optie zal een [QVM] icoon verschijnen op het outputscherm van HD Station. Door te klikken op het [QVM] icoon komt u in de VM-console.

    Door de muiscursor te slepen naar de midden bovenkant van het VM-console zal een werkbalk getoond worden met de optie “Leave full screen” (Volledig scherm verlaten), “Send key combination” (Toetscombinatie versturen) en “Disconnect” (Ontkoppelen).

    : verlaat de volledige schermmodus van de VM
    : geeft de optie om toetscombinaties te versturen
    : ontkoppelt en keert terug naar HD Station

    Door te klikken op naast CD Image kunt u een CD/DVD ISO image kiezen uit de Turbo NAS om toe te voegen aan de VM.

    Door te klikken op naast USB kunt u kiezen welke USB-apparaten een verbinding met de VM kunnen maken.

    Let op:
    1. Als gevolg van de diversiteit van de USB-apparaten, kunnen we geen universele ondersteuning van USB-apparaten garanderen. Generieke USB-apparaten zoals USB-schijven, kaartlezers, toetsenborden, muizen, printers en scanners zouden compatibel moeten zijn.
    2. Als een driver voor het USB-apparaat nodig is, dan moet u deze op de VM installeren.
    3. Om USB 3.0 apparaten te gebruiken, moeten zij verbonden worden met een USB 2.0 poort. USB 2.0 (of eerder) apparaten kunnen gebruikt worden met USB 3.0 poorten.
    4. Een maximum van 3 USB-apparaten kunnen gelijktijdig op een VM gebruikt worden.




    Om een USB-apparaat te verwijderen:
    1. Ontkoppel het USB-apparaat met het gast-besturingssysteem
    2. Ontkoppel het USB-apparaat op de VM-informatiepagina in Virtualization Station
    3. Verwijder het USB-apparaat uit de Turbo NAS
  12. Console:

    Klik op "Console" om het besturingssysteem op deze VM (virtuele machine) te installeren. U kunt het niveau van de kwaliteit van de verbinding instellen: Hoog, Medium, Laag en Ultralaag


    • Als u op klikt, wordt het uitvoeren van deze VM (virtuele machine) gestopt.
    • Als u op klikt, wordt deze VM (virtuele machine) gereset.
    • Als u op klikt, wordt deze VM (virtuele machine) uitgeschakeld.
    • Als u op klikt, wordt het uitschakelen van deze VM (virtuele machine) afgedwongen.
    • Als u op klikt, wordt de status van het systeem van de virtuele machine op een bepaald moment vastgelegd.
    • Als u op klikt, wordt de "Ctrl+Alt+Del" toetscombinatie voor deze VM (virtuele machine) ingeschakeld.
    • Als u op klikt, verschijnt het software multitoetsenbord van deze VM (virtuele machine).


    • Als u op klikt, wordt automatisch de grootte van het venster aangepast.
    • Als u op klikt, wordt het in het volledige scherm weergegeven.
    • Als u op klikt, wordt automatisch overgeschakeld naar een verbinding met een hoge kwaliteit.
    • Als u op klikt, wordt automatisch overgeschakeld naar een verbinding met een medium kwaliteit.
    • Als u op klikt, wordt automatisch overgeschakeld naar een verbinding met een lage kwaliteit.
    • Als u op klikt, wordt automatisch overgeschakeld naar een verbinding met een ultrahoge kwaliteit.

Limiet Virtualization Station

Item Beschrijving
OS-lijst ondersteunen Microsoft Windows XP
Microsoft Windows 7
Microsoft Windows 8
Microsoft Windows 8.1
Microsoft Windows Server 2003 R2
Microsoft Windows Server 2008
Microsoft Windows Server 2008 R2
Microsoft Windows Server 2012
Microsoft Windows Server 2012 R2
Fedora 11、12、13、14、15、16、17、18、19
CentOS 6.0、6.1、6.2、6.3、6.4、7.0
Red Hat Enterprise Linux 6、7
Suse Linux Enterprise Server 11
OpenSUSE 11、12
Ubuntu 10.04 LTS (Lucid Lynx)
Ubuntu 10.10 (Maverick Meerkat)
Ubuntu 11.04 (Natty Narwhal)
Ubuntu 11.10 (Oneiric Ocelot)
Ubuntu 12.04 LTS (Precise Pangolin)
Ubuntu 12.10 (Quantal Quetzal)
Ubuntu 13.04 (Raring Ringtail)
Ubuntu 13.10 (Saucy Salamander)
Ubuntu 14.04 (Trusty Tahr)
Ubuntu 14.10 (Utopic Unicorn)
Maximum aantal virtuele CPUs Max. 4 bij de Intel® Core™ i3 / i5.
Max. 8 bij de 8 Intel® Xeon / Core™ i7.
RAM Max. 30GB (één VM).
- Toren (16GB): Max. 14GB (één VM).
- Rekgemonteerd (32GB) Max. 30 GB (één VM).
Maximum aantal Virtual Switches Max. 8.
Maximum aantal snapshots Max. 16 per VM (virtuele machine).
Maximum aantal gelijktijdig werkende VMs Het aantal gelijktijdig werkende VMs is afhankelijk van het daadwerkelijke gebruik van het RAM-geheugen, de capaciteit van de CPU en de toepassingen op de VMs die worden uitgevoerd. Het tegelijkertijd laten werken van verschillende VMs kan van negatieve invloed zijn op de prestaties van de NAS.
(Opmerking: Ga naar de website van QNAP voor gedetailleerde informatie. Het wordt bij elk NAS-model waarmee gewerkt kan worden besproken.)
Maximum aantal VMs Geen beperking.
Ondersteuning importeren VM-bestanden *.OVA / *.OVF: VirtualBox 4.x en VMWare 5.0
*.VMX: VMWare WorkStation 8 en 9
VGA-kaart Standaard VGA.
(Opmerking: Direct X en OpenGL kunnen niet worden gebruikt.)
Uitgavedatum: 2014-02-18
Was dit nuttig?
Bedankt voor uw feedback.
Bedankt voor uw feedback. Neem contact op met support@qnap.com als u vragen hebt.
80% van de mensen vond dit nuttig