QNAP Systems, Inc. - netwerk opslag (NAS)

Language

Support

Hoe een 'failover' (noodherstel) in te stellen tussen twee virtuele machines (VM's) via Double-Take® Availability™?

Wat is Double-Take® Availability™?

Double-Take® Availability™ voor Windows is de eerste real-time noodherstel-oplossing met hoge beschikbaarheid die opties biedt voor fysieke servers , virtuele servers en cloudservers (Vision Solutions® 2015). Bijvoorbeeld, het biedt de mogelijkheid om een productieserver volledig te migreren naar Virtualization Station als een VM, of een VM te gebruiken als een back-upserver voor deze productieserver.

Opgelet: Double-Take® Availability™ heeft verschillende benaderingen voor noodherstel, zoals 'full-server' (volledige server), 'application-level' (toepassingsniveau) en 'file-level failover' (Storing op bestandsniveau). Klik hier voor meer informatie over Double-Take® Availability™.

Hoe noodherstel in te stellen tussen twee VM's?

Double-Take® Availability™ registreert en repliceert veranderingen op byte-niveau van de productieserver (bron) naar de niet-productieve server (doel) in real-time. Door deze functies van spiegeling en replicatie kunnen actieve bestanden gerepliceerd worden zonder offline te gaan. Als de productieserver onverwacht crasht, zal de niet-productieve back-upserver de bestaande applicatie-services overnemen om data-consistentie te garanderen.

  1. Ontwerp van het experiment
  2. De Double-Take® Availability™ agent installeren op het bron- en doelsysteem
  3. Servers beheren en een 'failover'-taak aanmaken in de Double-Take Console (client)
  4. Hoe Double-Take® Availability™ werkt voor 'failover'
  5. Als u het bronsysteem wilt laten draaien op de originele server (VM1) en het doelsysteem op VM2 wilt laten draaien.
  6. Conclusie

 

1. Ontwerp van het experiment

Deze tutorial laat zien hoe Double-Take® Availability™ noodherstel biedt tussen twee VM's van twee verschillende QNAP-NAS eenheden. Een VM fungeert als productieserver (bron) en de andere is een back-upserver (doel). Bij 'full-server failover' kunnen de toepassingen die op de bron draaien beschermd worden zonder downtime doordat de back-upserver hun functie overneemt.

Deze tutorial maakt gebruik van het "Source System" (bronsysteem) als productieserver en het "Target System" (doelsysteem) is de back-upserver.

Vereisten:

  • Twee netwerkadapters van een VM: de eerste is voor toepassingen die draaien op de VM, en de tweede voor data-synchronisatie tussen de bron en het doel.
  • Bereid het doelsysteem voor met dezelfde Windows Server versie. Let op dat u niet dezelfde toepassingen hoeft te installeren op het doelsysteem die het bronsysteem heeft. Alle toepassingen zullen voorbereid worden voor het doelsysteem tijdens 'failover'.
  • Double-Take® Availability™ licenties (raadpleeg uw locale leveranciers voor licentie-informatie).
QNAP

1.1 VM1: Source_System (Bronsysteem)

Aangezien Double-Take® Availability™ twee netwerken nodig heeft voor applicatie-services en data-synchronisatie, zijn twee virtuele switches nodig in Virtualization Station. Voeg twee netwerkadapters toe aan het bronsysteem en koppel deze aan de virtuele switches.

QNAP

In de netwerkinstellingen van Virtualization Station moet u ervoor zorgen dat de netwerkadapters verbonden zijn met de virtuele switches (Applicatie-service: 172.17.22.xxx/ Data-synchronizatie: 192.168.0.xxx).

QNAP

Voor betere herkenning zullen we naar VM1 verwijzen als "Source_System" (Bronsysteem).

QNAP

1.2 VM2: Target_System (Doelsysteem)

Dezelfde netwerkinstellingen als VM1.

QNAP
QNAP

Voor betere herkenning zullen we naar VM2 verwijzen als "Target_System" (Doelsysteem).

QNAP

1.3 Double-Take Console (Client)

Deze tutorial gebruikt een Windows 7 (VM) geïnstalleerd met de client-onderdelen van Double-Take® Availability™ voor het beheren van hoge beschikbaarheid en noodherstel. U kunt servers toevoegen als bronnen of doelen en 'failover'-taken aanmaken in de Double-Take® Console.

QNAP

2. De Double-Take® Availability™ agent installeren op het bron- en doelsysteem

Voor 'full-server failover' moet zowel op het bronsysteem als het doelsysteem de Double-Take® agent geïnstalleerd zijn. Als zich een situatie voordoet voor noodherstel, zal dit gedetecteerd worden en Double-Take zal de 'failover' uitvoeren.

  1. Voer de Double-Take installatie uit en klik op "Unzip" (Uitpakken).
    QNAP
  2. Nadat het bestand uitgepakt is, klik op "Install Double-Take Availability" ('Double-Take Availability' installeren). Kies een taal voor de installatie en klik daarna op "OK".
    QNAP
  3. Klik op "Install" (Installeren)
    QNAP
  4. Kies "No, skip this step and continue the current installation" (Nee, sla deze stap over en ga door met de huidige installatie) en klik op "Next" (Volgende).
    QNAP
  5. Lees en accepteer de licentieovereenkomst en klik op "Next" (Volgende).
    QNAP
  6. Klik op "Next" (Volgende).
    QNAP
  7. Kies "Server Components Only" (Alleen de server-onderdelen) en klik op "Next" (Volgende).
    QNAP
  8. Double-Take zal gebruikmaken van poort 6320, 6325 en 6326 om te communiceren met de bron, het doel en de client-kant. Kies "Open only the ports that are not in use." (Alleen de poorten gebruiken die niet in gebruik zijn) en klik op "Next" (Volgende).
    QNAP
  9. Vul de licentiesleutel in en klik op "Next" (Volgende).
    QNAP
  10. Kies "Limit disk space for queue (MB)" (Schijfruimte-limiet voor queue (MB)) en specificeer een capaciteit van 2048 MB. Klik op "Next" (Volgende).
    QNAP
  11. Klik op "Next" (Volgende).
    QNAP
  12. Klik op "Install" (Installeren).
    QNAP
  13. Klik op "Finish" (Voltooien).
    QNAP

3. Servers beheren en een 'failover'-taak aanmaken in de Double-Take Console (client)

Volg de instructies van sectie 2 om de Double-Take Console te installeren op de client (Windows 7). Let op dat u "Client Components Only" (Alleen client-onderdelen) moet kiezen in stap 7. Nadat de client geïnstalleerd is, kunt u servers beheren en 'failover'-taken aanmaken in de Double-Take® Console.

  1. Start de Double-Take® Console.
    QNAP
  2. Klik op "Get Started" (Aan de slag) in de Double-Take® Console.
    QNAP
  3. Klik op "Add servers" (Servers toevoegen).
    QNAP
  4. In deze tutorial gebruikt het bronsysteem IP 192.168.0.111 en het doelsysteem gebruikt IP 192.168.0.222. Vul de "User name" (Gebruikersnaam) en het "Password" (Wachtwoord) in.
    QNAP
  5. Na het toevoegen van de bron en het doel, klik op "OK" om de servers toe te voegen.
    QNAP
  6. Het bronsysteem en het doelsysteem zal toegevoegd worden.
    QNAP
  7. Om een 'failover'-taak aan te maken voor noodherstel, klik op "Get Started" (Aan de slag) en kies "Double-Take Availability". Klik op "Next" (Volgende).
    QNAP
  8. Kies "Protect files and folders, an application, or an entire Windows or Linux server" (Bescherming van bestanden en mappen, een toepassing, of een gehele Windows- of Linuxserver) en klik op "Next" (Volgende).
    QNAP
  9. Kies "Source_System" (Bronsysteem) als een bronserver en klik op "Next" (Volgende).
    QNAP
  10. Kies "Full Server" (Volledige server) en de systeemschijf zal gekozen worden als standaard. Klik op "Next" (Volgende).
    QNAP
  11. Kies "Target_System" (Doelsysteem) als doelserver en klik op"Next" (Volgende).
    QNAP
  12. Er zijn enkele opties voor het configureren van 'failover'.
    • "General" (Algemeen)
      Vul een taaknaam in.
    • "Failover Monitor"
      Stel de tijdsperiode in waarna bij geen reactie van het bronsysteem 'failover' geactiveerd zal worden. Vink "Network monitoring" aan en kies het ip-adres van de bron.
      QNAP
    • 'Failover'-opties
      Om handmatig een 'failover' te initiëren, vink aan "Wait for user to initiate failover" (Wacht tot een gebruiker 'failover' initieert). Aan de andere kant zal 'failover' automatisch geactiveerd worden wanneer deze uitgevinkt is.
    • 'Failover'-identiteit
      Om de netwerk-instellingen van de bron toe te passen, vink aan "Apply source network configuration to the target (Recommended for LAN configurations)" (Netwerk-configuratie toepassen op het doel (Aanbevolen voor LAN-configuraties)). Bijvoorbeeld, het ip-adres 172.17.22.187 van de bron zal bewaard blijven en gebruikt worden door doelserver na 'failover'.
    • 'Reverse Protection' (Bescherming omkeren)
      Als u het doelsysteem wilt terugzetten naar de originele server, vink dan aan "Enable reverse protection" ('Reverse protection' inschakelen). Om 'reverse protection' in te schakelen, moet u een bestaand ip-adres kiezen om het bron- en doelsysteem te identificeren. Bijvoorbeeld IP 192.168.0.111 wordt gebruikt door het bronsysteem, en IP 192.168.0.222 wordt gebruikt door het doelsysteem.
      Meer informatie over 'Reverse Protection'.
      QNAP
    • Netwerkadapter-opties
      Zorg voor corresponderende netwerk-instellingen tussen het bron- en doelsysteem. Bijvoorbeeld, de netwerkadapter van het bronsysteem [172.17.22.187] zou geassocieerd moeten worden met de adapter van het doel [172.17.22.173].
      QNAP
    • (Optioneel) "Mirror, Verify & Orphaned Files" (Spiegelen, verifiëren en weesbestanden)/ "Staging Folder Options" (Staging-map opties)/ "Target Services" (Doel-services)/ Snapshots/ "Compression" (Compressie)/ "Bandwidth" (Bandbreedte) / Scripts
      De eerder genoemde opties zijn goed genoeg voor een 'failover'-taak. De optionele opties kunt u configureren voor bepaalde doeleinden. Klik daarna op "Next" (Volgende).
      QNAP
      QNAP
      QNAP
  13. Double-Take® zal alle configuraties controleren. Klik op "Finish" (Voltooien).
    QNAP
  14. Na het aanmaken van een 'failover'-taak zullen alle bestanden en toepassingen op het bronsysteem gespiegeld worden in het doelsysteem.
    QNAP
  15. Wanneer de data-synchronisatie voltooid is, zullen alle veranderingen op het bronsysteem automatisch gerepliceerd worden naar het doelsysteem, en zal het doelsysteem gereed staan voor 'failover'.
    QNAP

4. Hoe Double-Take® Availability™ werkt in noodsituaties

Deze tutorial laat zien hoe het doelsysteem (VM2) het bronsysteem (VM1) zal overnemen.

  1. Op de VM1 informatie-pagina, klik op "Power" (Aan/Uit), kies"Force Shutdown" (Gedwongen shutdown) en klik op "Apply" (Toepassen). Het bronsysteem zal onmiddellijk afsluiten.
    QNAP
  2. Ga naar de Double-Take® Console. Aan de 'failover'-conditie zal voldaan zijn, en de "Failover"-knop zal ingeschakeld zijn.
    (Opgelet: als u kiest "Wait for user to initiate failover" (Wacht tot een gebruiker 'failover' initieert) in de 'Failover'-opties, zal dit icoon ingeschakeld zijn tot u erop klikt. Zo niet, dan zal 'failover' automatisch geactiveerd worden.)
    QNAP
  3. Klik op "Failover".
    QNAP
  4. Na het verwerken van de 'failover' zal het doelsysteem herstart worden en alle applicatie-services overnemen die het bronsysteem heeft.
    QNAP
    In VM2 (voorheen het doelsysteem), zal de computernaam veranderen in "Source_System" (Bronsysteem) en het ip-adres zal die van het originele bronsysteem toepassen: 172.17.22.187. Echter, IP 192.168.0.222 blijft wel bewaard in VM2. Dit ip-adres wordt gebruikt om het originele systeem te identificeren als 'reverse protection' geactiveerd wordt.
    QNAP
  5. Als het bronsysteem (VM1) terugkeert, kunt u 'reverse protection' gebruiken om het originele doelsysteem te herstellen naar VM1. Ga naar de VM1 informatie-pagina en klik op "Start" op VM1 op te roepen.
    QNAP
    Na het starten van VM1, zullen zowel VM1 als VM2 hetzelfde bronsysteem draaien.
    QNAP
  6. Klik op "Reverse" en "Yes" (Ja).
    QNAP
  7. Na het klikken op 'reverse' zal Double-Take® het originele doelsysteem herstellen naar VM1.
    QNAP
    VM1 zal draaien met het doelsysteem en gebruikmaken van de originele netwerk-instelling (172.17.22.173).
    QNAP
  8. Daarna zal Double-Take® nogmaals een synchronisatie uitvoeren.
    QNAP
    Nadat de data gesynchroniseerd is, zal de 'failover'-taak veranderd worden van VM2 naar VM1 (VM2 draait het bronsysteem, terwijl VM1 het doelsysteem is en als de back-upserver fungeert.)
    QNAP

5. Als u het bronsysteem wilt laten draaien op de originele server (VM1) en het doelsysteem op VM2 wilt laten draaien.

Er moet weer een 'failover' en 'reverse' plaatsvinden.

  1. Klik op "Failover" en "Failover".
    QNAP
  2. Wanneer de 'failover' klaar is, zal VM afgesloten worden en VM1 zal herstart worden. Alle data zal gerepliceerd worden en de applicatie-services zullen overgenomen worden van VM2 naar VM1.
    QNAP
    VM2 zal uitschakelen en de 'failover'-taak zal een waarschuwing weergeven.
    QNAP
  3. Ga naar de VM2 informatie-pagina en klik op "Start".
    QNAP
    Zowel VM1 als VM2 draaien hetzelfde bronsysteem.
    QNAP
  4. Ga terug naar de Double-Take® Console. Klik op "Reverse" en "Yes" (Ja).
    QNAP
  5. Na het klikken op de 'reverse'-knop zal Double-Take® het originele doelsysteem herstellen naar VM2.
    QNAP
  6. VM1 draait het originele bronsysteem, en VM2 is teruggezet naar het doelsysteem als de back-upserver.
    QNAP
  7. Daarna zal Double-Take® nogmaals synchroniseren.
    QNAP
    De originele 'failover'-taak zal weer gereed staan.
    QNAP

6. Conclusie

Double-Take® Availability™ biedt een hoge beschikbaarheid en noodherstel voor uw productieserver. Verder kunt u de 'failover'-configuratie aanpassen om een snellere, betrouwbare 'full server failover' te bereiken met flexibele RTO en RPO.

 

Referentie

Vision Solutions. (2015). Double-Take Availability. Beschikbaarheid: http://www.Vision Solutions.com/products/windows/double-take-availability/overview. Voor het laatst geopend op 4 januari 2015

Uitgavedatum: 2016-02-03
Was dit nuttig?
Bedankt voor uw feedback.
Bedankt voor uw feedback. Neem contact op met support@qnap.com als u vragen hebt.