QNAP Systems, Inc. - netwerk opslag (NAS)

Language

Support

Volledige technische QNAP CloudBackup-toepassing notitie

Het back-uppen en archiveren van gegevens van de Turbo NAS naar verschillende vormen van cloudopslag.

Inleiding

Overzicht

QNAP biedt eenvoudig te gebruiken, rijk uitgeruste en veilige cloudopslag-oplossingen met een serie NAS Apps die uw gegevens beschermen door het opslaan van een kopie van uw gegevens in de cloudopslag of het archiveren van uw oude gegevens naar de cloudopslag voor lange-termijn bewaring. Een verscheidenheid aan openbare cloudopslag-services worden aangeboden aan bedrijven, met inbegrip van Microsoft Azure, Amazon S3, Amazon Glacier, Google Cloud Storage, Rackspace, IBM SoftLayer, HP Helion Cloud, en nog veel meer. U kunt ook privé cloudopslag-oplossingen gebruiken die compatibel zijn met S3, OpenStack Swift en WebDAV.

Voor prestaties en beveiligde controle is het gebruik van locale netwerkopslag de beste keus. Maar voor data die niet vaak benaderd wordt (koude gegevens), kan het overbrengen ervan naar openbare cloudopslag uw opslagbeheer aanzienlijk vereenvoudigen en de kosten minimaliseren vanwege hun prijsmodel dat gebaseerd is op werkelijk gebruik (pay-as-you-go).

QNAP CloudBackup Apps bieden uitstekende manieren voor het gebruik van cloudopslag. U heeft nu een eenvoudig en betaalbaar herstelplan voor noodgevallen, evenals een zorgeloze oplossing voor data-archivering voor het behoud van uw digitale eigendommen of vereisten.

De belangrijkste functies

  • Ondersteunt handmatige en geplande back-up of herstel met flexibele opties.
  • Ondersteunt volledige en incrementele back-up
  • Ondersteunt flexibele bestandsfilters op basis van type, datum en grootte.
  • Ondersteunt encryptie bij SSL-overdracht en AES-256 encryptie aan de clientkant
  • Ondersteunt bestandscompressie voor het besparen van kosten het efficiënte data-overdracht
  • Ondersteunt het reserveren van verwijderde bestanden in de cloud en instelbare bewaartermijnen
  • Ondersteunt het behoud van geavanceerde ACLs en uitgebreide attributen.
  • Ondersteunt het detecteren van sparse-bestanden
  • Ondersteunt de cloudarchivering modus
  • Ondersteunt gelijktijdige uitvoering van taken en snelle multi-threaded data-overdracht*
  • Ondersteunt per-account bandbreedtebeperking met instelbare duur
  • Ondersteunt direct herstel vanaf de cloud voor een noodherstel scenario.
  • Ondersteunt instelbare opties voor het herstel van netwerkfouten
  • Ondersteunt het beheren van meerdere cloud-accounts
  • Ondersteunt een dashboard voor taakstatus en statistieken
  • Ondersteunt het loggen van taakactiviteit en het traceren van de statushistorie en statistieken
  • Ondersteunt flexibele keuze van de regio, bucket en map als back-upbestemming
  • Ondersteunt back-up van grote bestanden door S3 meerdelige (multi-part) upload en Openstack grote objecten.
  • Ondersteunt AWS S3 "Server Side" Encryptie en "Reduced Redundancy" (gereduceerde redundantie)
  • Ondersteunt speciale cloudregio's: AWS China, AWS GovCloud en Azure China
  • Ondersteunt het gebruik van S3 and OpenStack-compatibele services als back-upbestemming

    *Let op: De WebDAV CloudBackup App ondersteunt niet multi-threaded data-overdracht.

Hoe te beginnen

U kunt de volgende stappen nemen om te beginnen met het back-uppen van uw data naar cloudopslag:

  1. Kies en installeer de CloudBackup App voor uw cloudopslag vanuit QTS App Center.
  2. Maak een account in de CloudBackup App gebruikmakend van uw inloggegevens van de cloudopslag.
  3. Maak back-uptaken in de CloudBackup App met filters en beleidsregels.
  4. Maak hersteltaken in de CloudBackup App of vanuit de back-uptaken of vanuit de cloud.
  5. Bekijk het dashboard of de takenlijst in de CloudBackup App om meer te weten te komen over de taakstatus.

Om de CloudBackup App te installeren op uw Turbo NAS moet u zich aanmelden op de QTS-webinterface als beheerder. Ga dan naar “App Center”, zoek de CloudBackup App en klik op “Add to QTS” (Aan QTS toevoegen). Na het downloaden en installeren van de App zult u het icoon ervan aantreffen op uw QTS-bureaublad en het Quick Start (snelstart) menu. Klik op het icoon om de App te starten.

Cloudopslag

QNAP biedt een CloudBackup App voor een specifieke cloudopslag-technologie. U kunt kiezen voor het installeren van een of meer CloudBackup Apps voor de cloudopslag die u gebruiken wilt. Alle Apps zijn geoptimaliseerd overeenkomstig de cloudopslag-technologie om de mogelijkheden te maximaliseren en kunnen onafhankelijk van elkaar bijgewerkt worden.

De basis

Cloudopslag wordt aangeboden in een verscheidenheid aan technologieën die op verschillende manieren geïmplementeerd moeten worden. Er zijn in wezen drie soorten: bestandsopslag, objectopslag en archiefopslag.

Bestandsopslag is vergelijkbaar met het reguliere bestandssysteem in uw computer, dus u kunt uw data beheren in de cloudopslag op een soortgelijke manier. Bestand-gebaseerde cloudopslag-services bieden over het algemeen functies aan en niet alleen maar data-opslag maar ook toepassingen, zoals online wijzigen en samenwerken. De meesten worden op de markt gebracht als "drives" (schijven), zoals Google Drive, Amazon Drive, of Microsoft One Drive, en zij hebben de neiging alleen eigen APIs te ondersteunen. WebDAV is het meest populaire protocol dat ondersteund wordt door bestand-gebaseerde cloudopslag.

Objectopslag is ontworpen voor massale schaalbaarheid en hoge beschikbaarheid. Ieder object is onafhankelijk van andere objecten en er is geen boom-achtige mappenstructuur. U kunt objecten beschouwen als reusachtige aantallen bestanden in een enkele map zonder submappen. Ieder object wordt geïdentificeerd met een sleutel (een tekenreeks als unieke identificatie), en mensen hebben de neiging pad-achtige sleutels te gebruiken voor het beheren van objecten. Bijvoorbeeld, u kunt twee objecten hebben “/abc/object1” en “/abc/object2”, zo dat client-toepassingen voor objectopslag de twee objecten kunnen weergeven als “object1” en “object 2” als twee bestanden in een map “/abc/”. In feite wordt er niets genoemd als “/abc/” bij objectopslag.

Archiefopslag is een opkomende cloudopslag-service. Het is vergelijkbaar met objectopslag, maar het is ontworpen voor het opslaan van niet vaak benaderde (koude) gegevens en voor lagere kosten, zodat het langer duurt om een gearchiveerd object op te halen, naast enkele andere beperkingen.

Om tegemoet te komen aan de verschillen in cloudopslag-technologieën en om een consistente gebruikerservaring te leveren, transformeren Cloud Backup Apps uw bestanden en mappen naar de verschillende cloudopslag-technologieën en beheren zij uw gegevens in de cloudopslag op een manier die gebruik maakt van de meeste functies van de cloudopslag-technologieën.

De volgende secties beschrijven de kenmerken van elke cloudopslag. Echter, aangezien de cloudopslag-technologieën snel evolueren, is de hier verstrekte informatie alleen ter oriëntatie en kan het verouderd zijn. Raadpleeg uw cloudopslag-leverancier voor meer informatie.

Microsoft Azure

Azure is de openbare cloud-service van Microsoft. QNAP biedt een Azure Storage App voor het gebruik van Azure Blob Storage, dat de objectopslag-service is van Azure voor het opslaan en raadplegen van de grote hoeveelheden ongestructureerde gegevens. Er zijn twee typen van de Azure Blob Storage: Page Blob en Block Blob. De App gebruikt Block Blob Storage, en elk van uw bestanden wordt opgeslagen als een enkel object in Azure.

Als uw bedrijf een contract met Microsoft heeft, dan kunt u uw huidige contract uitbreiden met Azure services. U bereikt ook betere prestaties als u een betere internetverbinding heeft met het dichtstbijzijnde Azure datacenter. De CloudBackup App ondersteunt zowel de Azure standaardregio's als Azure China. Let op dat de Azure Storage App niet gerelateerd is aan de Azure Backup service. Voor meer informatie kunt u terecht op http://azure.microsoft.com/.

Amazon S3

Amazon Web Service (AWS) Simple Storage Service (S3) is a veilige, duurzame en zeer schaalbare objectopslag-service. Amazon S3 is een van de cloudopslag-services met de grootste schaalbaarheid in de markt. QNAP biedt een S3 Plus CloudBackup App voor toegang tot de S3 service. Het ondersteunt alle AWS standaardregio's rond de wereld maar ook speciale regio's zoals China (https://www.amazonaws.cn/) en de US Government Cloud (GovCloud: http://aws.amazon.com/govcloud-us/). Voor meer informatie kunt u terecht op http://aws.amazon.com/s3/.

Er zijn vele andere Internet service providers en IaaS providers die S3-compatibele services aanbieden, waaronder DreamHost, SoftBank, SFR en hicloud S3. Er zijn ook opslagleveranciers voor bedrijven die u in staat stellen een privé S3-compatibele cloudopslag te bouwen, zoals de QNAP Object Storage Server. Met de S3 Plus App kunt u uw gegevens opslaan in elke S3-compatibele cloudopslag.

Amazon Glacier

Amazon Glacier is een cloud-service voor archiefopslag tegen extreem lage kosten dat veilige en duurzame opslag biedt voor data-archivering en online back-up. Glacier kost minder dan reguliere objectopslag, en de data-duurzaamheid komt overeen met die van objectopslag, of is zelfs hoger. Echter, het ophalen van data uit objectopslag kan niet onmiddellijk gestart worden. Het kan 4 of 5 uur duren voordat u kunt beginnen met het downloaden van data vanaf Glacier. Voor meer informatie kunt u terecht op http://aws.amazon.com/glacier/.

QNAP biedt de Glacier CloudBackup App voor het gebruik van Amazon Glacier. Het ondersteunt alle AWS standaardregio's over de hele wereld, inclusief China. De Glacier App slaat elk van uw bestanden als een archief en het zal verzoeken indienen voor het ophalen van gegevens wanneer u uw gegevens wilt herstellen. Aangeraden wordt Glacier alleen te gebruiken voor gegevens die niet regelmatig geraadpleegd wordt.

Google cloudopslag

Google Cloud Storage is de objectopslag-service van het Google Cloud Platform. Het kan wereldwijd iedere hoeveelheid data opslaan en terughalen op een veilige en rendabele manier. Uw gegevens worden beschermd door redundante opslag op meerdere fysieke locaties met Google's eigen betrouwbare en snelle netwerkinfrastructuur. Voor meer informatie kunt u terecht op https://cloud.google.com/storage/.

OpenStack

OpenStack is de leidende open-source en leverancier-neutrale cloud computing oplossing. Het wordt gebruikt door vele openbare cloud service providers, waaronder Rackspace, IBM SoftLayer en HP Helion Cloud. U kunt ook uw eigen OpenStack installeren als een privé cloud-systeem, met ondersteuning van vele leidende IT-leveranciers, zoals IBM, HP en Red Hat. QNAP biedt ook de Object Storage Server voor QTS als OpenStack objectopslag. QNAP biedt de OpenStack Swift CloudBackup App voor toegang tot de objectopslag-service in een OpenStack systeem. Voor meer informatie over OpenStack kunt u terecht op http://www.openstack.org/.

WebDAV

Web Distributed Authoring and Versioning (WebDAV) is een uitbreiding van het Hypertext Transfer Protocol (HTTP) dat de samenwerking faciliteert tussen gebruikers bij het wijzigen en beheren van documenten en bestanden die opgeslagen zijn op webservers. WebDAV is een van de meest populaire protocollen die gebruikt worden bij het toegang krijgen tot bestanden over het Internet, vanwege zijn op HTTP gebaseerd ontwerp. Voor meer informatie over WebDAV kunt u terecht op http://www.webdav.org/.

WebDAV wordt ondersteund door commerciële en open-source webserver-software. Vele online opslagproviders bieden ook WebDAV toegankelijkheid naast hun eigen protocollen. QNAP biedt de WebDAV CloudBackup App voor toegang tot WebDAV-compatibele cloudopslag. Omdat er vele online opslag-services zijn die gratis ruimte aanbieden, kunt u WebDAV gebruiken voor back-up van uw gegevens naar meerdere cloudopslag-services om te profiteren van zo veel mogelijk gratis ruimte. Er zijn ook cloud-services die werken als een protocol-vertaler waardoor u WebDAV kunt gebruiken om toegang te krijgen tot een verscheidenheid aan cloudopslag-services zo dat u toegang kunt krijgen tot al uw cloudopslag vanuit een plek.

Account

Met de CloudBackup Apps kunt u meerdere accounts configureren, waarvan elk een cloudopslag-service vertegenwoordigt en de autorisatie die nodig is om toegang te krijgen tot de cloudopslag. Wanneer u een taak aanmaakt voor back-up of herstel, kunt u het account specificeren dat voor de taak gebruikt moet worden, in plaats van het account te moeten invoeren voor elk taak. U kunt de account-informatie veranderen op een plek en deze effectueren voor alle gerelateerde taken. Dit vereenvoudigt uw configuratieproces.

In de meeste gevallen zult u maar een account nodig hebben voor iedere taak. Echter, u kunt meerdere accounts gebruiken voor betere beveiliging en voor het scheiden van accounts. Als u uw gegevens wilt opslaan op verschillende locaties vanwege risicospreiding of kostenreductie, kunt u ook een account nemen voor iedere locatie. Aangezien de snelheidsbegrenzing op accountbasis is, kunt u verschillende snelheidsinstellingen gebruiken voor dezelfde cloudopslag door verschillende accounts te hanteren voor de taken.

U kunt accounts maken, wijzigen en verwijderen en de snelheidslimieten configureren voor ieder account door gebruik te maken van de [Action] (Actie) knoppen. Als u de identiteit van het cloudopslag-account wijzigt, bijvoorbeeld de gebruikersnaam of de toegangssleutel, dan zal de status van de corresponderende taken opnieuw ingesteld worden, en alle bestanden moeten opnieuw geüpload worden, aangezien de back-upbestemming ook veranderd is.

De instellingen voor een account hangen af van de gebruikte cloudopslag. De volgende secties geven informatie voor ieder type cloudopslag-technologie.

Microsoft Azure

Met de Azure Storage App kunt u Azure Storage service gebruiken vanuit Azure globale sites en de China site. Aangezien de twee sites gescheiden beheerd worden, kunt u niet de autorisatie van de een gebruiken voor toegang tot cloudservices van een andere site. Om toegang te krijgen tot Azure Storage moet u een opslagaccount hebben en de toegangssleutel van uw cloud-beheerconsole en de informatie invoeren bij het aanmaken van een account in de App.

De regio van een opslagaccount in Azure wordt bepaald wanneer u deze aanmaakt. U kunt ook data-beschermingsniveaus configureren voor uw Azure opslagaccount in het Azure Storage management console.

Amazon S3

Met de S3 Plus App kunt u de volgende S3 services gebruiken:

  • AWS global service: regulier AWS service-account
  • AWS GovCloud service: AWS datacenter voor overheden van de VS
  • AWS China service: AWS datacenter voor gebruikers in China
  • S3-compatibele service: openbare of privé cloudopslag die een S3-compatibele API biedt
  • QNAP OSS service: a Turbo NAS waarbij de Object Storage Server App geïnstalleerd is

Om toegang te krijgen tot S3-cloudopslag, heeft u een toegangssleutel nodig en een geheime sleutel vanuit uw cloudbeheer-console.. Vul de sleutelinformatie in bij het aanmaken van een account in de App. Om S3-compatibele opslag te gebruiken, heeft u het IP-adres of de domeinnaam van de opslag nodig, maar ook het poortnummer als de standaard HTTP of HTTPS poort niet gebruikt wordt.

Let op dat de AWS-sites gescheiden beheerd worden. U kunt de autorisaties van de ene site niet gebruiken om toegang te krijgen tot de services van een andere site. Bijvoorbeeld, u kunt niet de autorisaties van de AWS globale service gebruiken om toegang te krijgen tot de AWS China services. Wij raden ook aan dat u toegangssleutels gebruikt van AWS IAM gebruikers in plaats van de AWS root account toegangssleutels.

Amazon Glacier

Met de Glacier App kunt u de Glacier service gebruiken van de AWS global en China sites. Aangezien de twee sites afzonderlijk beheerd worden, kunt u niet de autorisaties van de ene site gebruiken om toegang te krijgen tot de andere. Om toegang te krijgen tot Glacier cloudopslag, heeft u een toegangssleutel nodig en een geheime sleutel vanuit uw cloudbeheer-console. Vul de sleutelinformatie in bij het aanmaken van een account in de App. Wij raden ook aan dat u toegangssleutels gebruikt van AWS IAM gebruikers in plaats van de AWS root account toegangssleutels

Google cloudopslag

Om toegang te krijgen tot Google Cloud Storage, heeft u een service-account e-mail en het P12 sleutelbestand vanuit uw cloudbeheer-console. Vul het e-mailadres in en upload het P12 sleutelbestand bij het aanmaken van een account.

OpenStack

Met de OpenStack Swift App kunt u OpenStack objectopslag protocollen gebruiken bij de volgende services:

  • IBM SoftLayer (https://www.softlayer.com/)
  • RackSpace (inclusief de VS en UK sites) (https://www.rackspace.com/)
  • HP Helion Public Cloud (http://www.hpcloud.com/)
  • OpenStack-compatibele service: openbare of privé cloudopslag die een OpenStack -compatibele API biedt
  • QNAP OSS service: a Turbo NAS waarbij de Object Storage Server App geïnstalleerd is.

Omdat OpenStack-gebaseerd services/software verschillende manieren van accountbeheer en toegangscontrole hebben, moet u de website van uw cloudservice-leverancier bezoeken of uw leverancier raadplegen voor meer informatie. Om OpenStack-compatibele opslag te gebruiken, heeft u ook de authentificatie-service URL nodig en u moet specificeren hoe grote objecten in de cloudopslag benaderd kunnen worden: of via Dynamic Large Object (DLO) of Static Large Object (SLO).

WebDAV

Met de WebDAV App kunt u WebDAV gebruiken om toegang te krijgen tot diverse cloudopslag-services. Hoewel WebDAV een standaard protocol is, kunnen serviceproviders van cloudopslag verschillende authentificatie-parameters gebruiken. Raadpleeg uw serviceprovider voor meer informatie.

Back-up

De databack-up wordt uitgevoerd door back-uptaken in CloudBackup Apps. Wanneer gestart, zal een back-uptaak de gespecificeerde mappen scannen met door de gebruiker in te stellen filters om te bepalen welke bestanden en mappen geback-upt moeten worden. Daarna zal het beginnen met het uploaden van bestanden naar de cloudopslag en mappen aanmaken indien nodig. Het zal ook de informatie opslaan (waaronder toegangspermissies, wijzigingstijden en uitgebreide attributen) geassocieerd met de geback-upte bestanden en mappen in een metadata database. Nadat alle bestanden geüpload zijn, zal de App de metadata database verwerken tot een bestand en naar de cloud uploaden.

Back-uptaken bekijken

U kunt meerdere back-uptaken maken met verschillende configuraties en uitvoertijden in de CloudBackup App. Deze back-uptaken worden getoond in een lijst met de status en basisinformatie. U kunt drukken op de [Action] (Actie) knoppen om een taak handmatig te stoppen of te starten, de taakinstellingen te wijzigen, de taakstatus te bekijken, en een taak te verwijderen.

Een back-uptaak maken

De CloudBackup App helpt u bij het maken van een back-uptaak via een wizard met de volgende stappen:

  1. De bronmap kiezen
    U kunt door de gedeelde mappen bladeren en hun submappen kiezen voor back-up. Als u alleen de bestanden van het eerste niveau van een map wilt back-uppen, kunt u aanvinken “All files in a folder” (Alle bestanden in een map). Verborgen bestanden en mappen worden hier weergegeven, maar u kunt filteropties hanteren om te voorkomen dat deze geback-upt worden.
  2. Het schema van de back-uptaak configureren
    Er zijn vier schemaopties voor een back-uptaak: (1) handmatige start (2) periodiek (3) start op een specifiek tijdstip (4) start na een andere back-uptaak.

    Bij een periodieke uitvoering kunt u ervoor kiezen de taak te laten draaien een tot vier keer per dag, per week of per maand, en u kunt de starttijd specificeren. Als een taak nog niet klaar is en de volgende in het schema staat op het punt van beginnen, dan zal de huidige taak doorgaan, terwijl de volgende afgebroken zal worden.

    Aangezien het tegelijkertijd draaien van meerdere taken buitensporige hoeveelheden systeembronnen kan vergen, kunt u de optie van "after this job finishes” (nadat deze taak klaar is) gebruiken om uw taken achter elkaar te draaien in plaats van gelijktijdig.
  3. Het back-upbeleid configureren
    U kunt het volgende back-upbeleid configureren:
    (1) "Only backup updated files" (Alleen gewijzigde bestanden back-uppen): wanneer ingeschakeld, uploadt de back-uptaak alleen nieuwe en gewijzigde bestanden naar de cloudopslag. Het reduceert de grootte van de bestandsoverdracht en helpt bij het sneller voltooien van de back-uptaak. Als u de taak wilt dwingen alle bestanden te uploaden naar de cloudopslag, schakel deze optie dan uit. Als u kiest voor cloudopslag die minder betrouwbaar is vanwege kostenbesparing, kunt u deze optie uitschakelen om te garanderen dat al uw back-updata ververst wordt iedere keer dat u de back-uptaak draait. Let ook op dat als u een bestand/map een andere naam geeft, de back-uptaak dit zal beschouwen als een nieuw(e) bestand/map en de data weer uploaden. Het/de vorige geback-upte bestand/map zal gemarkeerd worden als verwijderd. Aangezien de meeste cloudopslag gratis data-overdracht aanbiedt voor uploaden en de verwijderde data later gewist kan worden, veroorzaakt het hierboven genoemde gedrag geen ernstige hinder, behalve dat het tot een langere back-upduur leidt.

    (2) "Clean up deleted data on the cloud" (Wissen van verwijderde data op de cloud): wanneer ingeschakeld, als data in de Turbo NAS verwijderd wordt, zal de corresponderende back-updata in de cloudopslag ook verwijderd worden wanneer de back-uptaak uitgevoerd wordt. Als u de back-updata wilt behouden nadat de locale data verwijderd zijn, specificeer dan het aantal dagen dat u de verwijderde bestanden wilt behouden.

    (3) "Preserve ACL and extended attributes" (ACL en uitgebreide attributen bewaren): wanneer ingeschakeld, zullen de ACL (inclusief de geavanceerde toegangscontrole van Windows clients) en de uitgebreide attributen van data opgeslagen worden in de metadata database, die geüpload zal worden naar de cloudopslag door de back-uptaak. Wanneer u de data herstelt, zal de corresponderende ACL en de uitgebreide attributen toegepast worden op de herstelde data. Echter, omdat permissies voor datatoegang bewaard worden via het gebruiker-ID en de groep-ID (niet de namen) moet u ervoor zorgen dat geback-upte data dezelfde gebruiker-ID en groep-ID gebruikt als de Turbo NAS voor het herstellen van de data zodat de toegangsrechten van de herstelde data correct werken.

    (4) "Client site encryption" (Client site versleuteling): wanneer ingeschakeld, zullen uw bestanden versleuteld worden alvorens zij naar de cloudopslag verstuurd worden, en uw gegevens zullen versleuteld blijven in de cloudopslag. De encryptiesleutel wordt afgeleid van het wachtwoord dat u opgeeft voor deze taak. Zonder uw wachtwoord om het bestand te ontcijferen, kunnen uw oorspronkelijke gegevens niet ontcijferd worden. Dit voorkomt ongeautoriseerde toegang tot uw vertrouwelijke gegevens, zelfs als uw aanmeldingsgegevens gecompromitteerd zijn of als uw cloudopslag-provider probeert toegang te verkrijgen tot uw gegevens. Aangezien standaard openssl gebruikt wordt voor het versleutelen van de bestanden, kunt u dit gebruiken voor het ontcijferen van uw bestanden nadat u de bestanden gedownload heeft met andere utilities zonder een Turbo NAS te gebruiken. Let op dat u deze instelling niet veranderen kunt nadat een taak aangemaakt is.

    (5) "File compression" (Bestandscompressie): wanneer ingeschakeld, zullen uw bestanden gecomprimeerd worden alvorens zij naar de cloudopslag verstuurd worden, waardoor u bandbreedte en cloudopslag-capaciteit bespaart. Het helpt bij het versnellen van de back-uptaak, het reduceren van uw bandbreedtegebruik en het besparen van nuttige cloudruimte. U kunt het compressieniveau configureren en bepaalde bestanden uitsluiten van compressie. De compressie wordt uitgevoerd door bzip, dus u kunt uw bestanden decomprimeren met bzip als u de bestanden download met andere utilities, zelfs zonder een Turbo NAS te gebruiken.

    (6) "Detect sparse files" (Sparse-bestanden detecteren): sparse-bestanden zijn bestanden zonder waardevolle inhoud, en hun logische omvang is groter dan hun fysieke omvang. Bestanden gegenereerd door database-servers hebben de neiging sparse-bestanden te maken om ruimte te besparen ten behoeve van een eenvoudiger intern software-ontwerp. Wanneer deze optie ingeschakeld is, zal de back-uptaak de inhoud van de bestanden niet controleren, dus de logische omvang zal gelijk zijn aan de omvang van de overgezonden data en opgeslagen in de cloudopslag. Het inschakelen van deze optie helpt bij het versnellen van de back-uptaak, het reduceren van het bandbreedtegebruik, en het besparen van nuttige cloudruimte. De data in de cloudopslag kan later hersteld worden naar het lokale bestandssysteem als de originele "sparse"-bestanden via hersteltaken van de CloudBackup App.

    (7) "Delete source after successful run" (Bron verwijderen na een succesvolle ronde): Deze optie biedt een eenvoudige oplossing voor data-archivering waarmee u ruimte bespaart op locale schijfvolumes. Wanneer deze optie ingeschakeld is, zullen bestanden in het locale bestandssysteem die geback-upt zijn naar de cloudopslag verwijderd worden, terwijl de mappenstructuur van de gekozen bron bewaard zal blijven.

    Om de consistentie van uw back-updata te garanderen, moet u uw data tijdens de back-up niet wijzigen. Een bestand zal verschillende keren opnieuw geüpload worden als het gewijzigd wordt wanneer een taak bezig is met de overdracht van het bestand. Als het aantal herhalingen de limiet overschrijdt, zal het bestand niet geüpload worden. Net zo, als een bestand verwijderd, hernoemd of verwijderd wordt na het scannen, zal de back-uptaak dit tijdens de overdracht niet vinden.
  4. De back-upfilters configureren
    De CloudBackup App biedt diverse filteropties om u te helpen alleen belangrijke data te back-uppen om de back-uptaak te versnellen, uw bandbreedtegebruik te reduceren en cloudkosten te besparen.

    U kunt de volgende back-up filteropties configureren:

    (1) "File size" (Bestandsgrootte): u kunt ervoor kiezen alleen bestanden te back-uppen van een specifiek bereik van bestandsgrootte
    (2) "File date" (Bestandsdatum): u kunt ervoor kiezen alleen bestanden te back-uppen die gemaakt/gewijzigd zijn op specifieke datums.
    (3) "Ignore symbolic links (shortcuts)" (Symbolische snelkoppelingen negeren): een back-uptaak volgt geen symbolische snelkoppelingen voor het ophalen van bestanden of te bladeren naar doelmappen. Wanneer ingeschakeld zal de back-uptaak geen gekoppelde bestanden uploaden, en wanneer uitgeschakeld zal de back-uptaak de gekoppelde bestanden wel uploaden (alleen de gekoppelde bestanden, niet de bestanden waarnaar de symbolische snelkoppelingen wijzen).
    (4) "Include hidden files and folders" (Verborgen bestanden en mappen meenemen): wanneer ingeschakeld zullen verborgen bestanden en mappen geback-upt worden naar de cloud. U kunt dit uitschakelen om bandbreedte en cloudopslag-ruimte te besparen, als de verborgen bestanden of mappen afgeleid kunnen worden uit de oorspronkelijke data (bijvoorbeeld thumbnails worden afgeleid van foto;s en videobestanden).
    (5) "File type" (Bestandstype): u kunt ervoor kiezen alleen specifieke bestandstypen te back-uppen (witte lijst) of alle bestandstypen te back-uppen afgezien van specifieke typen (zwarte lijst)
  5. De cloudopslag configureren
    U wordt verschillende instellingen getoond afhankelijk van de cloudopslag en het account dat u kiest. De volgende secties geven details over elke cloudopslag-technologie.

    (1) Microsoft Azure
    U moet een container en map kiezen als de bestemming van uw back-updata. U kunt ook een nieuwe container en een nieuwe map gebruiken. Een map kan gebruikt worden door slechts een taak. De blokgrootte definieert de omvang van de data-eenheid die verstuurd moet worden. De back-uptaak zal een object aanmaken in de cloudopslag voor elke geback-upt bestand.
    De regio van een opslagaccount in Azure wordt bepaald wanneer u het aanmaakt. U kunt ook een beschermingsniveau van de data definiëren voor uw Azure opslagaccount via de beheerconsole van Azure Storage. Als u ervoor kiest het beschermingsniveau te verlagen, zal de betrouwbaarheid van uw data verminderen vergeleken met de standaard cloudopslag, waardoor u risico loopt data te verliezen en niet in staat zult zijn sommige bestanden te herstellen.


    (2) Amazon S3
    U moet een "bucket" (emmer) kiezen als de bestemming van uw back-updata. Het kiezen van een map is optioneel, maar aanbevolen omdat de hoeveelheid buckets die u kunt aanmaken beperkt kan zijn. U kunt ook een nieuwe bucket en een nieuwe map gebruiken. Een map kan slechts door een taak gebruikt worden. Let op dat bucketnamen gedeeld worden door alle AWS-accounts zodat u alleen een bucket kunt maken met een naam die niet gebruikt wordt door een ander AWS-account. Als u een bucketnaam invoert waarvan een ander AWS-account eigenaar is, zal een foutmelding verschijnen. De back-uptaak zal een object aanmaken in de cloudopslag voor elke geback-upt bestand. Als u ervoor kiest een nieuwe bucket te gebruiken, kunt u de regio ervan specificeren.

    De meerdelige (multipart) grootte definieert de omvang van de data-eenheid die verzonden moet worden. Het gebruiken van een grotere meerdelige (multipart)-omvang kan de snelheid van data-overdracht verhogen, aangezien minder netwerkverbindingen vereist zijn voor het versturen van een bestand. Echter, grotere meerdelige (multipart)-groottes vereisen opnieuw oversturen van grotere stukken data wanneer een verbinding onderbroken wordt. Gebruik geen grote meerdelige (multipart)-groottes als uw netwerk onstabiel is. Aan de andere kant is er ook een bovengrens aan het aantal onderdelen van een bestand die u kunt uploaden afhankelijk van de cloudopslag-specificatie. Bijvoorbeeld, Amazon S3 staat tot 10.000 delen toe. Als u kiest voor het gebruik van 32MB als de meerdelige (multipart)-grootte van uw taak, zal de maximum grootte van een bestand 320.000MB zijn. Er is ook S3-compatibele cloudopslag die niet meerdelige (multipart)-uploading ondersteunt, zodat de maximum bestandsgrootte net zo groot moet zijn als de geconfigureerde meerdelige (multipart) grootte. Bijvoorbeeld, als u 32MB gebruikt als de meerdelige (multipart)-grootte van uw taak, zal de maximum grootte van een enkel bestand 32 MB zijn. Raadpleeg uw cloudopslag-leverancier voor meer informatie.

    Voor de Amazon S3 service heeft u ook de opties voor Reduced Redundancy Storage (RRS) en Server Side Encryption (SSE). Inschakelen van RRS helpt u bij het besparen van kosten, maar de betrouwbaarheid van uw gegevens zal afnemen vergeleken met standaard cloudopslag, en u riskeert verlies van gegevens waardoor u misschien niet in staat bent sommige bestanden te herstellen. SSE is voor het versleutelen van uw gegevens op Amazon's servers. Het biedt basisbescherming voor uw gegevens, maar zij kunnen nog steeds ontcijferd worden als iemand uw Amazon S3 inloggegevens heeft. Gebruik versleuteling aan de clientkant in het back-upbeleid als u meer bescherming wilt hebben.

    De S3 Plus App ondersteunt niet AWS S3 object levenscyclus instellingen. Schakel deze optie niet in voor de bucket die u kiest voor back-up. De Glacier App wordt aanbevolen als u uw gegevens wilt back-uppen naar Glacier.


    (3) Amazon Glacier
    U moet een "vault" (kluis) kiezen als bestemming van uw back-updata. U kunt ook een nieuwe "vault" gebruiken. Een "vault" kan door slechts een taak gebruikt worden. De back-uptaak zal een archief aanmaken in de cloudopslag voor elk geback-upt bestand. Als u een nieuwe "vault" gebruikt, kunt u de regio ervan specificeren.

    De meerdelige (multipart)-grootte definieert de omvang van de data-eenheden die verstuurd moeten worden. Het gebruik van een grotere meerdelige (multipart)-grootte kan de snelheid van overdracht verbeteren, aangezien minder netwerkverbindingen nodig zijn voor het versturen van een bestand. Echter, grotere meerdelige (multipart)-groottes vereisen het opnieuw versturen van grotere stukken data wanneer een verbinding onderbroken wordt. Gebruik geen grotere meerdelige (multipart)-groottes als uw netwerk onstabiel is. Aan de andere kant, Amazon Glacier ondersteunt tot 10.000 delen voor het uploaden van een enkel bestand. Bijvoorbeeld, als u kiest voor 32MB als meerdelige (multipart)-grootte van uw taak, zal de maximum grootte van een bestand 320.000MB zijn.


    (4) Google Cloud Storage
    U moet een bucket kiezen als de bestemming van uw back-updata. U kunt ook een nieuwe bucket en een nieuwe map gebruiken. Een map kan slechts door een taak gebruikt worden door. De back-uptaak zal een object aanmaken in de cloudopslag voor elk geback-upt bestand. Als u ervoor kiest een nieuwe bucket te gebruiken, kunt u de regio ervan specificeren.

    De meerdelige grootte (chunk size) definieert de omvang van de data-eenheid die verstuurd moet worden. Het gebruik van grotere brokken kan de snelheid van data-overdracht verbeteren, omdat minder netwerkverbindingen nodig zijn voor het versturen van een bestand. Echter, grotere brokken vereisen het opnieuw versturen van grotere brokken data wanneer een verbinding onderbroken wordt. Gebruik geen grotere brokken als uw netwerk onstabiel is.

    U kunt ook de optie Durable Reduced Availability (DRA) inschakelen om kosten te besparen, maar de betrouwbaarheid van uw gegevens kan afnemen vergeleken met de standaard cloudopslag, en u riskeert dataverlies waardoor u misschien sommige bestanden niet herstellen kunt.


    (5) OpenStack Swift
    U moet een bucket kiezen als de bestemming van uw back-updata. Het kiezen van een map is optioneel, maar wordt wel aanbevolen omdat de hoeveelheid buckets die u maken kunt beperkt zou kunnen zijn. U kunt ook een nieuwe bucket en een nieuwe map gebruiken. Slechts een map per taak kan gebruikt worden. De back-uptaak zal een object aanmaken in de cloudopslag voor elk geback-upt bestand. Als u kiest voor een nieuwe bucket, kunt u de regio ervan specificeren.

    De blokgrootte definieert de omvang van de data-eenheid die verstuurd moet worden. Het gebruik van grotere blokken kan de snelheid van data-overdracht verbeteren, omdat minder netwerkverbindingen nodig zijn voor het versturen van een bestand. Echter, grotere blokken vereisen het opnieuw versturen van grotere datablokken wanneer een verbinding onderbroken wordt. Gebruik geen grotere blokken als uw netwerk onstabiel is.

    Aan de andere kant is er ook een bovengrens aan het aantal gebruikte blokken bij het uploaden van een bestand, afhankelijk van de cloudopslag-specificatie. Bijvoorbeeld, als u kiest voor 32MB als de meerdelige (multipart)-grootte van uw taak, en het maximum aantal blokken per bestand is 1000, dan zal de maximum grootte van een bestand 32.000MB zijn. Raadpleeg uw cloudopslag-leverancier voor meer informatie.

    Als de bestandsnamen van uw back-updata multi-byte tekens of speciale tekens bevatten, moet u optie van naamcodering inschakelen zodat uw data correct opgeslagen kan worden in de cloudopslag. Wanneer u de data herstelt, zullen de oorspronkelijke namen hersteld worden door de CloudBackup App.


    (6) WebDAV
    U moet een map kiezen als de bestemming van uw back-updata. U kunt ook een nieuwe map gebruiken. Als de bestandsnamen van uw back-updata speciale tekens bevatten, moet u optie van naamcodering inschakelen zodat uw data correct opgeslagen kan worden in de cloudopslag. Wanneer u de data herstelt, zullen de oorspronkelijke namen hersteld worden door de CloudBackup App.


    6. De taaknaam en opties configureren
    Naast het geven van een naam aan uw taak, kunt u de volgende opties configureren:

    (1) "Timeout": het maximum aantal seconden dat gewacht moet worden voor het opzetten van een netwerkverbinding. Als uw netwerk onstabiel is of de tijd voor het opzetten van een verbinding met uw cloudopslag langer duurt, verhoog dit getal dan.

    (2) "Number of retries" (Aantal nieuwe pogingen): het maximum aantal nieuwe pogingen dat een taak zal verrichten voor het opzetten van een netwerkverbinding of het verwerken van een bestand. Als uw netwerk onstabiel is, of als uw bestanden gewijzigd worden tijdens de back-up, verhoog dit getal dan. Let op dat als u wel een verbinding kunt maken met uw cloudopslag-service maar hierbij interne fouten worden gerapporteerd, zal de back-uptaak een oneindig aantal keren proberen om dit geval op te lossen.

    (3) "Retry interval" (interval voor nieuwe pogingen): het aantal seconden dat gewacht moet worden alvorens een taak opnieuw een verbinding mag proberen te maken. Een langer interval kan helpen om uw taak tijdelijke netwerkverbindingsfouten of problemen bij de beschikbaarheid van cloudopslag te laten overleven.

    (4) "Maximum skipped files" (Maximum aantal overgeslagen bestanden): het maximum aantal bestanden dat verstuurd kan worden. Als dit aantal overschreden wordt, zal de taak stoppen. Het wordt aanbevolen een groot getal te gebruiken om het succes van uw taak te garanderen. Echter, u kunt een kleiner getal nemen als u een falende taak niet onnodig wilt laten voortduren.

    (5) "Concurrent processing files" (Gelijktijdig meerdere bestanden verwerken): het maximum aantal bestanden dat gelijktijdig verwerkt en verstuurd kan worden. U krijgt betere overdrachtssnelheden wanneer u meer bestanden tegelijkertijd laat verwerken. Echter, dit kan ook meer systeembronnen vergen. Het verlagen van dit getal kan de belasting van uw systeem reduceren en de invloed minimaliseren op de prestaties van reguliere systeemactiviteiten.

    (6) "Cloud storage usage warning threshold" (Waarschuwingsdrempel gebruik cloudopslag): u ontvangt waarschuwingsmeldingen als te veel cloudopslag-capaciteit gebruikt wordt door de back-uptaak. Dit helpt de kosten te reguleren van uw cloudopslag en foute configuraties van uw taak te vermijden.

    (7) "Job execution time warning threshold" (De waarschuwingsdrempel bij het uitvoeren van een taak): u ontvangt waarschuwingsmeldingen als uw taak te lang duurt. Dit helpt bij het detecteren van problemen zoals netwerkinstabiliteit of vertraging.


    7. De instellingen bevestigen
    U kunt hier een overzicht bekijken van al uw instellingen. Om een instelling te wijzigen, gebruikt u de knop [Back] (Terug) om terug te keren naar vorige pagina's.



    8. Voltooien
    Uw taak wordt gemaakt als u eenmaal deze pagina ingevuld heeft.

Een back-uptaak wijzigen

U kunt de instellingen van een back-uptaak veranderen door te klikken in de kolom [Edit] (Wijzigen) van de back-uptakenlijst. Echter, de veranderingen zullen pas toegepast worden nadat de taak weer uitgevoerd is. Let ook vooral op de volgende aantekeningen:

  1. "Changing the backup destination" (Het back-updoel veranderen): als u het back-updoel verandert, zoals het gebruik van een ander cloudaccount of het gebruiken van een andere map, moet al uw data weer opnieuw geback-upt worden.
  2. "Changing the job name" (De taaknaam veranderen): als u de taaknaam verandert, zult u niet in staat zijn vorige logs van gebeurtenissen te zien in de logviewer van de taak, aangezien logs bijgehouden worden onder de taaknaam als sleutelwoord.
  3. "Changing the source or filtering" (De bron of het filter veranderen): als u bestanden geback-upt heeft naar de cloudopslag en ze later uitsluit door het wijzigen van de gekozen bronnen of filtercriteria, dan zullen die bestanden gemarkeerd worden als verwijderd in de cloudopslag, zelfs als hun locale kopie nog steeds beschikbaar is.
  4. "Changing policies or cloud storage options" (Het veranderen van het beleid of cloudopslag-opties): de meeste opties kunnen niet toegepast worden op bestanden die geback-upt zijn in de cloudopslag. Bijvoorbeeld, als u het compressieniveau verandert van laag naar hoog, zullen de bestanden die geback-upt zijn met lage compressie onveranderd blijven. Zij zullen

De status van een Back-uptaak bekijken

U kunt de gedetailleerde status en logs van een back-uptaak onderzoeken door te klikken op de knop [View Logs] (Logs bekijken) in de kolom [Action] (Actie) van de back-uptakenlijst.

  1. Status: u kunt hier de taakstatus en uitgebreide statistieken zien. Besteed aandacht aan het volgende bij het lezen van de statistieken:

    (1) Zolang het scannen nog niet gedaan is, zullen vele statistieken ontbreken.

    (2) Het verschil tussen het aantal bestanden dat gescand is en die verstuurd zullen gaan worden, wordt veroorzaakt door het filteren en de incrementele back-up. Bijvoorbeeld, er kunnen 500 bestanden in de gekozen mappen zitten, maar slechts 5 bestanden gewijzigd die geback-upt moeten worden.

    (3) Het verschil tussen het aantal bestanden die verstuurd zullen gaan worden en die verstuurd zijn, wordt veroorzaakt doordat het niet lukt een aantal bestanden te uploaden naar de cloudopslag. Het kan zijn dat sommige bestanden gewijzigd worden tijdens de data-overdracht en overgeslagen worden. Het kan ook zijn omdat de cloudopslag niet toegankelijk is wanneer de bestanden geback-upt worden.

    (4) Er kan een verschil bestaan in de grootte van de bestanden, zelfs als het aantal bestanden hetzelfde is. Dit kan zijn omdat de bestanden gewijzigd worden na het scannen of dat de bestanden gecomprimeerd worden alvorens zij naar de cloudopslag geüpload worden.

    (5) Als het aantal fouten het maximum aantal overgeslagen bestanden overschrijdt, dan zal de taak stoppen.
  2. "Events" (Gebeurtenissen): hier kunt u de historie van de gebeurtenissen van de taak zien. Het bevat ook fouten die opgetreden zijn tijdens het uitvoeren van de taak.
  3. "Transfer" (Overdracht): u kunt de lijst zien van bestanden die op dat moment overgebracht worden.
  4. "History" (Geschiedenis): u kunt de lijst zien van de historisch uitgevoerde taken.

Een back-uptaak verwijderen

U kunt een back-uptaak verwijderen door te klikken op de knop [Delete] (Verwijderen) in de kolom [Action] (Actie) van de back-uptakenlijst. Echter, de geback-upte data in de cloudopslag zal behouden blijven ongeacht het verwijderen van de back-uptaak. U kunt de optie “Clean up deleted data on the cloud” (Wis verwijderde data in de cloud) inschakelen in de back-up en de bronmap ervan veranderen in een lege map. Wanneer de back-uptaak loopt, zal het de relevante data in de cloud verwijderen. Een alternatief is de beheerconsole van uw cloudopslag of andere utilities te gebruiken om de back-updata te verwijderen.

Herstel

Met de CloudBackup App kunt u een hersteltaak maken voor het herstellen van data of vanuit een back-uptaak of vanuit een specifieke locatie in de cloudopslag. Bij het herstellen vanuit een back-uptaak, zal de hersteltaak de metadata database gebruiken die geassocieerd is met de back-uptaak voor het ophalen van data vanaf de cloud. De metadata database bevat informatie over waar de bestanden gedownload kunnen worden en de namen en attributen voor de geback-upte data. Bij het herstellen vanuit de cloud, moet een hersteltaak eerst de metadata database ophalen uit de cloudopslag, en dan de informatie volgen in de metadata database om de bestanden te downloaden.

Hersteltaken bekijken

U kunt meerdere hersteltaken maken met verschillende configuraties en tijdstippen van uitvoer in de CloudBackup App. De hersteltaken worden weergegeven in een lijst met de status en de basisinformatie. U kunt drukken op de knoppen van [Action] (Actie) om een taak te starten/stoppen om taakinstellingen te wijzigen, de taakstatus te bekijken en om een taak te verwijderen.

Een hersteltaak maken

De CloudBackup App helpt u bij het maken van een back-uptaak via een wizard met de volgende stappen:

  1. De bron kiezen
    U kunt een taak maken voor het herstellen van data gebaseerd op een van de back-uptaken in dezelfde NAS of vanuit de cloudopslag.

    (1) Vanuit een back-uptaak
    Als u kiest voor herstel vanuit een back-uptaak, kies dan de correcte back-uptaak. U gebruikt dit voor het herstellen van verwijderde data en vorige versies, of voor het herstellen van gearchiveerde data. Uw herstel kan alleen correct uitgevoerd worden als uw back-uptaak met succes voltooid is. U kunt kiezen welke mappen hersteld moeten worden in de volgende stap, omdat de hersteltaak de lokaal opgeslagen metadata gebruiken kan om de inhoud van de back-updata weer te geven. Als u “Skip deleted files/folders” (Verwijderde bestanden/mappen overslaan) inschakelt zal back-updata, die als verwijderd gemarkeerd is, niet hersteld worden.


    (2) Vanuit de cloud
    Als u data wilt herstellen die geback-upt is vanuit een andere Turbo NAS, moet u kiezen voor herstellen vanuit de cloud. U kunt dit gebruiken voor noodherstel of voor het migreren van data vanuit een andere Turbo NAS. Echter, als er geen metadata bestaat lokaal op de NAS, zult u niet in staat zijn mappen te kiezen voor herstel, en zullen alle back-upgegevens hersteld worden. U kunt kiezen “metadata-only” (Alleen metadata) wanneer u een hersteltaak maakt voor het herstellen van metadata, en nadat de taak afgerond is, kunt u de taak aanpassen en kiezen welke mappen hersteld moeten worden. De herstelprocedure in twee stappen helpt u voorrang te geven aan gegevens die hersteld moeten worden. Als u “Skip deleted files/folders” (Verwijderde bestanden/mappen overslaan) inschakelt zal back-updata, die als verwijderd gemarkeerd is, niet hersteld worden.

    Let ook op het volgende betreffende het herstellen vanuit de cloud:
    • Toegangspermissies voor datatoegang blijven behouden per gebruiker-ID en groep-ID, niet de namen, dus een geschikte relatie tussen IDs en namen is vereist om de toegangsrechten correct te laten functioneren.
    • De CloudBackup App download alleen de bestanden die geback-upt zijn naar de cloudopslag door de CloudBackup App. Een metadata database wordt geüpload naar de cloudopslag bij elke back-omroeptaak, en een hersteltaak gebruikt de database om de geback-upte bestanden te herkennen in de geback-upte bestanden i de cloudopslag, in plaats van het downloaden van alle bestanden in de cloudopslag. Dus als u andere utilities gebruikt om gegevens te herstellen op de plaats van bestemming vanuit een back-uptaak, zult u niet in staat zijn de data op te halen via de hersteltaken.
    • De CloudBackup App ondersteunt momenteel niet het herstellen van enkelvoudige bestanden. Echter, aangezien de back-updata in de cloudopslag georganiseerd is overeenkomstig de structuur van de locale mappen en padnamen, kunt u andere utilities gebruiken om door de back-updata te bladeren en de bestanden te downloaden die u nodig heeft. Echter, u moet handmatig de data decomprimeren en ontcijferen nadat de bestanden gedownload zijn.
    Als u Glacier gebruikt als uw cloudopslag, let dan op het volgende bij herstel vanaf de cloud:
    • Aangezien u de eerst de metadata database moet downloaden en later de geback-upte bestanden, terwijl het 4-5 uur duurt om een bestand te downloaden vanuit Glacier, moet u 8-10 uur wachten voor kunt beginnen met het herstellen van bestanden.
    • Aangezien Amazon de "vault"-inventaris eenmaal per dag grotendeels bijwerkt, moet u nadat een back-uptaak voltooid is minimaal een dag wachten alvorens u met succes uw data kunt herstellen vanuit de cloud.
    • Amazon biedt gratis quota's per maand aan voor herstel. U kunt regeling van overdrachtssnelheid gebruiken of alleen gekozen mappen herstellen om uw budget in de hand te houden.
    • Aangezien Glacier een speciaal soort cloudopslag is, moet u ervoor zorgen vertrouwd te zijn met Glacier door hun pagina met FAQs te bezoeken: http://aws.amazon.com/glacier/faqs/.
  2. De mappen kiezen
    U kunt kiezen welke mappen hersteld moeten worden als u de metadata lokaal beschikbaar heeft.
  3. De bestemming kiezen van de herstelde data
    U kunt ervoor kiezen de data te herstellen naar de originele locatie of een andere map. Let op dat het herstellen van data naar de originele locatie alleen werkt als data hersteld wordt naar dezelfde NAS en als alle gedeelde mappen in de root nog steeds bestaan.
  4. Het herstelschema en de opties configureren
    Hier kunt u het schema en verschillende herstelopties configureren voor de hersteltaak. De meeste opties zijn hetzelfde als de back-upopties, zoals het afhandelen van de fouten. Voor herstel moet u kiezen hoe de taak bestaande data gaat behandelen. U kunt het herstellen van bestanden en het hernoemen of overschrijven van bestaande bestanden overslaan.
  5. De taaknaam configureren
    De laatste stap is het configureren van de taaknaam.
  6. De configuraties bevestigen
    U kunt hier een overzicht bekijken van al uw instellingen. Om een instelling te wijzigen, gebruikt u de knop [Back] (Terug) om terug te keren naar vorige pagina's.
  7. Voltooien
    Uw taak wordt gemaakt als u eenmaal deze pagina ingevuld heeft.

Een hersteltaak wijzigen

U kunt de instellingen bekijken van een hersteltaak door te klikken op op de knop [Edit] (Wijzigen) in de kolom [Action] (Actie) van de lijst met hersteltaken. Echter, de veranderingen zullen pas toegepast worden nadat de taak weer uitgevoerd wordt.

U kunt ervoor kiezen data te herstellen via een back-uptaak die klaar is met het herstellen van de metadata database, en u kunt kiezen welke mappen in uw back-updata hersteld moeten worden. Als uw back-updata in de cloudopslag veranderd is, moet u de metadata weer herstellen om de gewijzigde data te krijgen.

De status van een hersteltaak bekijken

U kunt gedetailleerde status en logs van een hersteltaak bestuderen door te klikken op de knop [View Logs] (Logs bekijken) in de kolom [Action] (Actie) van de lijst met hersteltaken. Vergelijkbaar met backup-uptaken kunt u van hersteltaken de status, gebeurtenissen en overgebrachte taken zien

Een hersteltaak verwijderen

U kunt een hersteltaak verwijderen door te klikken op de knop [Delete] (Verwijderen) in de kolom [Action] (Actie) van de lijst met hersteltaken Het verwijderen van een hersteltaak verandert niet de data van uw back-up/herstel.

Diversen

Regeling van overdrachtssnelheid

Met de CloudBackup App kunt u voor ieder account de overdrachtssnelheid van gegevens instellen. De maximum snelheid voor het uploaden en downloaden kan afzonderlijk geconfigureerd worden. U kunt ook het tijdsinterval en de dagen van de week configureren om de grenzen aan te geven. Bijvoorbeeld, u kunt het inschakelen tijdens kantooruren op werkdagen om te vermijden dat de bandbreedte van uw internet verzadigd en daarmee de invloed reduceert op het reguliere internetgebruik. Het helpt ook bij het reduceren van de kosten van uw cloudservices als u beschikt over gratis quota van datatoegang binnen een bepaalde periode.

HTTP proxy

De S3 Plus App ondersteunt HTTP proxy. Druk op de knop met het wiel-icoon in de rechterbovenhoek van het App-venster om het venster met de instellingen te openen. U kunt of de proxy-instellingen van uw systeem gebruiken of onafhankelijke proxy-instellingen voor uw S3 Plus App. Echter, zorg ervoor dat uw proxy-server voldoet aan de volgende vereisten:

  1. Niet een SOCKS proxy-server
  2. Ondersteunt HTTPS.
  3. Ondersteunt het uploaden van bestanden
  4. Ondersteunt langdurige verbindingen
  5. Volledig in overeenstemming met HTTP 1.1

Problemen rapporteren

De CloudBackup App genereert intern debug-logs voor het faciliteren van troubleshooting. Klik op de [i]-knop in de rechterbovenhoek van het toepassingsvenster. Een klein venster zal verschijnen met zowel versie-informatie als de knop [Generate debug report] (Debug-rapport genereren). Druk op de knop om het debug logbestand te downloaden en deze op te sturen naar de QNAP Helpdesk voorzien van de details van uw probleem.

Cloudopslag utilities

Naast het gebruik van de CloudBackup App om toegang te krijgen tot uw gegevens in de cloudopslag, zijn er ook vele andere toepassingen die u kunnen helpen bij het beheer van uw gegevens. Enkele staan hier opgesomd ter referentie:

  • Cloudberry Lab (http://www.cloudberrylab.com/): S3, Glacier, Azure, Google Cloud en OpenStack browser voor Windows.
  • Cyberduck (https://cyberduck.io/): S3, Azure, Google Cloud, OpenStack, WebDAV browser voor Windows en Mac
  • Duplicati (http://www.duplicati.com/): S3 en OpenStack backup client voor Windows en Linux
  • NetDrive (http://www.netdrive.net/): Koppel de WebDAV-server als een schijf aan Windows.
  • S3 Browser (http://s3browser.com/): S3 Windows client
  • S3cmd (http://s3tools.org/): Command Line Client Software voor S3 in Linux
  • Cloud Explorer (https://github.com/rusher81572/cloudExplorer): Een S3 browser voor Windows, Mac en Linux
  • s3fs (https://code.google.com/p/s3fs/): Een FUSE-gebaseerd bestandssysteem ondersteunt door S3. Een bucket aankoppelen als een lokaal bestandssysteem met lees/schrijfrechten.
Uitgavedatum: 2015-02-17
Was dit nuttig?
Bedankt voor uw feedback.
Bedankt voor uw feedback. Neem contact op met support@qnap.com als u vragen hebt.