QNAP Systems, Inc. - netwerk opslag (NAS)

Language

Support

S3 en OpenStack-compatibele objectopslag-services aanbieden in QTS

Inleiding

Overzicht

Met de QNAP Object Storage Server (OSS) App kan op de QNAP Turbo NAS toegang tot data verkregen worden via S3 en OpenStack-compatibele objectopslag-protocollen, die nu de meest populaire standaarden zijn voor toegang tot cloudopslag. De OSS App complementeert de toegankelijkheid en compatibiliteit van uw Turbo NAS, waardoor uw kunt genieten van een groeiend aantal veelzijdige toepassingen ontworpen voor cloud-objectopslag, inclusief back-up en archivering, levering van content en documentbeheer. Aangezien cloudopslag in populariteit blijft groeien, worden de meeste toepassingen ontworpen voor cloudopslag, waardoor u een Turbo NAS kunt gebruiken voor het inzetten van uw toepassingen voor productie- en testdoeleinden. U kunt ook uw data migreren van openbare cloudopslag naar uw Turbo NAS zonder uw toepassingen te hoeven herschrijven.

De OSS App biedt echte verenigde datatoegang, waardoor u toegang kunt krijgen tot een bestand via objectopslag-protocollen en ook toegang kunt krijgen tot een object via protocollen voor het delen van bestanden over een netwerk (waaronder SMB/CIFS, NFS, FTP en WebDAV). Bijvoorbeeld, u kunt gebruikmaken van SMB/CIFS in locale netwerken voor toegang tot en beheer van uw bestanden op de Turbo NAS, en datatoegang bieden over internet tot dezelfde bestanden via objectopslag-protocollen. U kunt ook regelen welke gebruikers op de Turbo NAS toegang mogen hebben tot data via objectopslag-protocollen en meerdere toegangssleutels hebben voor elke gebruiker. U kunt ook regelen welke gedeelde mappen gekoppeld mogen worden aan een objectopslag-account en welke gebruikers toegang mogen hebben tot het opslag-account. Door de netwerk bestandstoegang en de objectopslag te integreren, maakt de OSS App het aanbieden van objectopslag-services in QTS eenvoudig en veilig.

De belangrijkste functies

  • Ondersteunt S3 en OpenStack-compatibele objectopslag-protocollen
  • Ondersteunt grote objecten door een dynamisch en statische manifest voor OpenStack en 'multi-part' voor S3
  • Ondersteunt verenigde opslagtoegang tot bestanden via objectprotocollen en netwerkbestand-protocollen.
  • Ondersteunt toegangscontrole op het niveau van gebruikers en gedeelde mappen
  • Geeft domeingebruikers toegang tot objectopslag
  • Ondersteunt tot 20 paren toegangssleutels per NAS-gebruiker
  • Ondersteunt toegang via stand-alone objectopslag-server of QTS-webserver virtuele host.
  • Ondersteunt privé en openbare toegangscontrole voor containers.
  • Ondersteunt weergave van statistieken over objectopslag-toegang op een dashboard.
  • Ondersteunt het loggen van beheerhandelingen voor het controleren en traceren van configuratie-veranderingen.

Let op: De OSS App is alleen compatibel met een x86-gebaseerde Turbo NAS waarop QTS 4.1 of hoger draait.

Objectopslag

Data-organisatie

Objectopslag is een nieuwe manier om data te organiseren door het adresseren en manipuleren van kleine data-eenheden genaamd objecten. Ieder object, zoals een bestand, is een stream van gebruiker-gedefinieerde binaire data. Echter, anders dan bij bestanden, worden objecten niet georganiseerd in een hiërarchie van mappen, en worden zij niet geïdentificeerd door het pad ervan in de hiërarchie. Elk object wordt bij het aanmaken ervan geassocieerd met een sleutel van tekens, bestaande uit tekens bij het aanmaken ervan, en u kunt een object ophalen door de sleutel te gebruiken bij het opvragen van de objectopslag. Als gevolg daarvan zijn alle objecten georganiseerd in een platte naamruimte (flat namespace). Dat wil zeggen, er zijn geen mappen binnen een map, en er is ook geen commando voor het verplaatsen van een map. Deze organisatie elimineert de afhankelijkheid tussen objecten, maar behoudt de fundamentele functionaliteit van een opslagsysteem: opslaan en terughalen van data. Enorme schaalbaarheid en hoge beschikbaarheid voor opslag kan bereikt worden met deze data-organisatie.

Er zijn twee basisniveaus die de naamruimte van objecten scheiden: opslagaccount en container. Elk opslagaccount vertegenwoordigt een boekhoudkundige en facturatie identiteit, die vergelijkbaar is met een opslagvolume. En containers kunnen aangemaakt worden in een opslagaccount om een primitieve oplossing te bieden voor het groeperen van objecten en te voorzien in meerdere naamruimtes. Zoals gezegd zijn er binnen een container geen andere containers.

Data-toegang

Het protocol voor toegang tot objectopslag is de RESTful API, die op HTTP/HTTPS gebaseerd is, en in de meeste netwerk-omgevingen gebruikt kan worden. De objectopslag-API van OSS past bij alle twee de objectopslag APIs: S3 en OpenStack. S3 is de 'Amazon Web Service Simple Storage Service', die een van de leidende en meest populaire cloudopslag-services is. De OpenStack objectopslag (voorheen genaamd Swift) is een leidend open source project goedgekeurd door vele leveranciers, waaronder IBM, HP en Red Hat. OpenStack is ook een veelbelovende oplossing, niet alleen voor het aanbieden van openbare cloudservices maar ook voor privé clouds. Met de support voor beide APIs kunt u met OSS een groot scala aan toepassingen inzetten en data migreren tussen de twee APIs.

Echter, omdat objectopslag een technologie in ontwikkeling is, ondersteunt OSS niet alle functies van S3 en OpenStack. Zie de lijst van ondersteunde API-functies in dit document.

Voor meer informatie over de objectopslag APIs, kunt u de volgende links raadplegen:

Verenigde opslag

Om het beheer van objectopslag-services te vereenvoudigen, neemt OSS de volgende koppelingen aan tussen de opslagentiteiten in objectopslag en netwerk bestandsopslag:

  • Opslagaccounts koppelen aan gedeelde mappen
  • Containers koppelen aan de top-level mappen in een gedeelde map
  • Objecten koppelen aan bestanden

Bijvoorbeeld, wanneer er een gedeelde map is, bestaat er een corresponderend opslagaccount. En wanneer u een top-level map maakt via SMB/NFS in een gedeelde map, maakt u ook een container voor het opslagaccount in OSS. Met de verenigde structuur is een bestand in een gedeelde map adresseerbaar via objectopslag-protocollen waarbij het bestandspad als objectsleutel ervan gebruikt wordt. Als u het pad van een bestand verandert door het bestand een andere naam te geven of te verplaatsen via netwerk-protocollen, zal de objectsleutel ervan ook overeenkomstig veranderen. Een map in een bestandssysteem zal benaderd worden als een zero-byte object in de objectopslag, ook met het pad als de objectsleutel ervan.

Omdat uw data beheerd en benaderd kan worden door zowel object- als bestandsbewerkingen, bent u vrij om een toegangsmethode te kiezen die het beste bij uw behoeften past.

Let op: De meeste objectopslag client-toepassingen zijn ontworpen voor algemene S3 en OpenStack services en voor betere compatibiliteit bij het voorkomen dat gebruikers gebruikmaken van niet-ASCII tekens in namen van opslagaccounts, containers en objecten. Om te garanderen dat OSS kan werken met de client-toepassingen moet u alleen ASCII-tekens gebruiken bij het benoemen van entiteiten (bijvoorbeeld opslagaccounts en containers) die benaderd zullen worden door objectopslag-services.

Toegangscontrole

Objectopslag-protocollen worden benaderd met toegangssleutels die de conventionele gebruikersnamen en wachtwoorden vervangen, om blootstelling van gebruikersgegevens te verminderen ten behoeve van een betere beveiliging. Als extra beveiliging kunnen gebruikers niet standaard toegang krijgen tot data via objectopslag-protocollen - u moet expliciet gebruikers toevoegen vanuit locale accounts op uw Turbo NAS of domeinservers aan de gebruikerslijst van OSS, en toegangssleutels voor hen aanmaken.

Omdat objectopslag ontworpen is voor internettoegang, kunnen om beveiligingsredenen gedeelde mappen niet standaard benaderd worden via objectopslag-protocollen, en moet u bij alle opslagaccounts (gedeelde mappen) expliciet aangeven dat deze benaderd mogen worden door OSS-gebruikers. Zelfs als een gebruiker permissie heeft voor toegang tot een gedeelde map via netwerk bestandsprotocollen (zoals FTP) kunnen zij geen toegang krijgen tot het corresponderende opslagaccount tot u hen toevoegt aan de permissielijst voor dat opslagaccount in OSS.

Het eigendomsrecht van geüploade objecten zal toegekend worden aan de gebruiker die de toegangssleutels heeft voor het verrichten van de handeling. Echter, voor de eenvoud zullen de geavanceerde permissies (ACLs) voor bestanden en mappen niet toegepast worden op de objectopslag-service.

Grote objecten

OSS ondersteunt toegang tot grote bestanden via 'Multipart Upload' voor S3-compatibele APIs en 'Large Objects' voor OpenStack opslag-API.

Met S3 'Multipart Upload' kunt u een enkel object uploaden als een verzameling van onderdelen. Nadat al deze onderdelen geüpload zijn, zal de data als een object weergegeven worden.

OpenStack 'Large Object' bestaat uit twee typen objecten: segmentobjecten die objectinhoud bewaren, en een manifestobject die de segmentobjecten koppelt tot een logisch groot object. Wanneer u een manifestobject aan het downloaden bent, zal de inhoud van de segmentobjecten aan elkaar geregen worden en teruggegeven worden aan de verzoeker. OSS ondersteunt twee typen OpenStack Large Object: Static Large Object (SLO) en Dynamic Large Object (DLO).

Met deze functie kunt u uw grotere objecten opsplitsen in stukjes en een groot aantal stukjes parallel uploaden. Dit kan uw uploadsnelheid verhogen door gebruik te maken parallelle verzending. Als de upload van een stukje mislukt, kunt u deze opnieuw laten starten, zonder het hele object opnieuw te hoeven versturen.

Let op: OSS bewaart elk stukje (S3-part of OpenStack-segment) als een bestand. U kunt geen niet-object opslagprotocollen gebruiken om toegang te krijgen tot het grote object.

De OSS App gebruiken

Overzicht

OSS is ontwikkeld op basis van het OpenStack Swift project, en is geoptimaliseerd voor QTS in termen van prestaties en eenvoud. U mag de volgende stappen uitvoeren om te beginnen met toegang te krijgen tot uw Turbo NAS zoals u toegang krijgt tot cloudopslag-services.

  1. Installeer de OSS App vanuit de QTS App Center
  2. Voeg Turbo NAS-gebruikers toe aan de OSS-gebruikerslijst.
  3. Maak toegangssleutels aan voor OSS-gebruikers.
  4. Configureer de toegangspermissies voor opslagaccounts
  5. Gebruik S3 of OpenStack-compatibele tools om toegang te krijgen tot data via objectopslag-protocollen.

De OSS App installeren en lanceren

Om OSS te installeren op uw Turbo NAS moet u zich aanmelden op de QTS-webinterface als beheerder. Ga dan naar "App Center", zoek "Object Storage Server" en klik op "Add to QTS" (Aan QTS toevoegen). Na het downloaden en installeren van de OSS, zult u het icoon ervan aantreffen op uw QTS-bureaublad en Quick Start menu. Klik op "Object Storage Server" om de beheerinterface ervan te openen.

Hoofdmenu

U kunt schakelen tussen webpagina's van de beheerinterface door te klikken op de menu-items aan de linkerkant. Hieronder staat een samenvatting van de functies van elk menu-item:

Dashboard:
(1) Statistieken van objectopslag bekijken
(2) De objectopslag-service aan/uitschakelen
(3) De URL van service endpoints bekijken

Gebruiker:
(1) Beheren wie de objectopslag-service mag gebruiken om toegang tot data te krijgen
(2) Beheren van gebruikersgegevens voor toegang (toegangssleutels)

Opslag-account:
(1) Beheren welk opslagaccount benaderd mag worden door welke gebruikers
(2) Het maken en verwijderen van opslagaccounts
(3) Het bekijken van het capaciteitsgebruik bij elk opslagaccount

Container:
(1) Containers maken en verwijderen
(2) Anonieme toegang voor containers inschakelen
(3) Het capaciteitsgebruik van elke container bekijken

Service Endpoint:
(1) Kiezen voor het gebruik van de ingebouwde server of de QTS-webserver
(2) De servicepoort van de ingebouwde server configureren
(3) De virtuele hostnaam voor de service configureren

Dashboard

OSS biedt een dashboard voor het tonen van statistieken en de endpoints van de objectopslag-service. U kunt hier de service aan- en uitschakelen. De statistieken hebben betrekking op het voorgaande uur, dag en week. Omdat ieder opslagaccount gekoppeld is aan een gedeelde map (en de top-level submappen van een gedeelde map gekoppeld zijn aan containers) zult u non-zero tellers zien van die statistieken voor u data gaat benaderen via objectopslag-protocollen. De GET, HEAD, OPTION, POST, PUT en DELETE zijn HTTP-methoden gebruikt in de objectopslag-API, en het dashboard toont zowel het gebruiksaantal voor elke methode als het aantal overgedragen bytes.

Gebruikersbeheer

Om een gebruiker toegang te geven tot data via objectopslag-protocollen, drukt u op de knop [Add] (Toevoegen) om gebruikers te kiezen van de Turbo NAS op de pagina van gebruikersbeheer. Wanneer u Turbo NAS-gebruikers kiest, kunt u ervoor kiezen domeingebruikers toe te voegen als uw Turbo NAS geconfigureerd is met account-authenticatie via AD of LDAP. U kunt ook gebruikers uit de lijst verwijderen.

Nadat u een gebruiker toegevoegd heeft, kunnen zij toegang krijgen tot de objectopslag-services met hun gebruikersnaam en wachtwoord. Echter, het gebruik van toegangssleutels is veiliger.

Let op: Nadat u een Turbo NAS-gebruiker verwijderd heeft via het QTS-configuratiescherm, zal de gebruiker en zijn toegangssleutels geldig blijven. U moet ook de gebruiker verwijderen uit de OSS-gebruikerslijst.

Toegangssleutel-beheer

U kunt toegangssleutels maken voor gebruikers als zij eenmaal aan de OSS-gebruikerslijst toegevoegd zijn. U zult de toegangssleutels gebruiken in toepassingen om toegang te krijgen tot de data via objectopslag-protocollen, en de toepassing zal data benaderen namens de eigenaar van de toegangssleutel.

OSS biedt meerdere toegangssleutels voor een gebruiker. Als toegangssleutels gecompromitteerd worden, kunt u de toegangssleutels verwijderen zonder enige gevolgen voor andere toepassingen die andere toegangssleutels gebruiken. Voor de algemene beveiliging is het verstandig om oude toegangssleutels periodiek te vervangen door nieuwe.

Klik op de knop [Property] (Eigenschap) van een toegangssleutel om de details te bekijken. Vanwege de verschillende protocollen, zijn de service endpoint en terminologie van S3 en OpenStack verschillend. Voor OpenStack is de service endpoint de URL van de authenticatie-service, en voor S3 is de service endpoint de URL van de objectopslag-service. Om toegang tot data te krijgen via het OpenStack-protocol gebruikt u een gebruikersnaam en een API-sleutel, en bij het gebruik van het S3-protocol gebruikt u een toegangssleutel en een geheime sleutel.

Vanwege de multi-tenancy aard van objectopslag, moet u het opslagaccount opnemen in uw OpenStack-gebruikersnaam en in uw S3-toegangssleutel. Bijvoorbeeld, als uw OSS-sleutel ID “bB9MSEIrXEYFGcxXdW7f” is, en het opslagaccount dat u wilt benaderen “cloudvault” is, zal uw OpenStack-gebruikersnaam of de S3-toegangssleutel “cloudvault:bB9MSEIrXEYFGcxXdW7f” zijn. Besef dat dit alleen gebruikt kan worden om toegang te krijgen tot het "cloudvault" opslagaccount.

Opslagaccount-beheer

Klik op het item [Storage Account] (Opslagaccount) in het menu aan de linkerkant van OSS om opslagaccounts te beheren. Omdat opslagaccounts equivalent zijn een gedeelde mappen, zult u uw gedeelde mappen zien weergegeven als opslagaccounts. U kunt hier ook een opslagaccount maken door te drukken op de knop [Create] ((Maken), waarna een corresponderende gedeelde map gemaakt zal worden met standaard instellingen voor die gedeelde map. U kunt hier ook opslagaccounts verwijderen door de opslagaccounts te kiezen en op de knop [Delete] (Verwijderen) te drukken, waardoor ook de corresponderende gedeelde mappen verwijderd zullen worden.

Let op: Er zijn enkele standaard gedeelde mappen (waaronder home, homes, USB en TMBackup) die niet toegankelijk zijn als opslagaccounts. De objectopslag-statistiek zal deze gedeelde mappen dan ook niet weergeven.

Om de toegangspermissies te configureren voor een opslagaccount, drukt u op het icoon [Permission] (Permissie) in de 'Action column', waarna u gebruikers aan de lijst kunt toevoegen. De enige gebruikers die toegevoegd kunnen worden zijn de gebruikers die toegevoegd zijn aan de OSS-gebruikerslijst. Nadat u een gebruiker toegang gegeven heeft tot een opslagaccount, kunnen alle toegangssleutels, waar de gebruiker eigenaar van is, gebruikt worden voor toegang tot dit opslagaccount.

De objectopslag-protocollen bieden een API om het gebruik weer te geven van opslagaccounts en containers. Omdat het tijd en systeembronnen vergt om de statistieken te berekenen, wordt het tellen periodiek gedaan. U kunt de tijd/datum kiezen waarop deze berekeningen uitgevoerd moeten worden.

Container-beheer

U kunt klikken op het item [Container] aan de linkerkant van het OSS-menu om de containers te beheren. Een container is een top-level map in een gedeelde map. U kunt op een opslagaccount klikken om alle containers ervan weer te geven, en ook containers maken en verwijderen.

Let op: Er zijn ook enkele top-level mappen in de gedeelde map die niet toegankelijk zijn als containers: @Recycle, tmp, async_pending en verborgen mappen. De objectopslag-statistieken van deze top-level mappen zullen dan ook niet weergegeven worden.

Een openbare container staat anonieme toegang toe tot alle objecten erin. Dit is nuttig wanneer u iemand veel bestanden wilt laten downloaden, of websites wilt aanbieden met bestanden in die container. Om dit te doen, kiest u de container en verandert u de permissie ervan van Private naar Public door op de knop [Permission] te drukken. De URL voor de openbare container zal eruit zien als "http://nas_ip_address:oss_service_port/v1/AUTH_storage_account_name/file_path".

Service endpoints

OSS biedt datatoegang-services met een ingebouwde server en ook door de QTS-webserver te gebruiken als virtuele host. Met de ingebouwde server van OSS kunt u de poort ervan configureren. Echter, HTTPS wordt niet ondersteund. Als u de QTS-webserver gebruikt, moet u de virtuele hostnaam configureren, en de poorten van uw objectopslag-services zullen hetzelfde zijn als uw QTS-webserver. Het kan ook HTTPS ondersteunen. Als u een virtuele hostnaam gebruikt, kunnen uw objectopslag client-toepassingen alleen maar toegang krijgen tot de objectopslag-service van FQDN.


Problemen rapporteren

De OSS App genereert intern debug logs voor het faciliteren van troubleshooting. Klik op de [i]-knop in de rechterbovenhoek van het OSS-venster. Een klein venster zal zowel versie-informatie laten zien als de knop [Generate debug report] (Debug-rapport genereren). Druk op de knop om het debug logbestand te downloaden en eventueel te versturen naar het QNAP customer support team.

Data-bescherming

De OSS App repliceert geen objecten, maar u kunt de data beschermen door de objecten op te slaan in een RAID-beschermd volume. RAID biedt betere prestaties en opslag-efficiëntie dan replicatie-gebaseerde bescherming. Voor noodherstel kunt u RTRR of rsync gebruiken om al uw objecten te repliceren naar een externe Turbo NAS of CloudBackup NAS Apps om uw objecten te back-uppen naar openbare cloud-services. Voor data-beveiliging kunt u de volume-encryptie gebruiken die geboden wordt door QTS om uw objecten te versleutelen.

Toegang krijgen tot objectopslag

CloudBerry Explorer gebruiken

Cloudberry Lab biedt een reeks desktop-toepassingen voor het toegang krijgen tot en beheren van data in een verscheidenheid aan cloudopslag-omgevingen. Zie hieronder voor het instellen van verbindingen naar de OSS-service. U kunt een bezoek brengen aan http://www.cloudberrylab.com/ voor meer informatie.

S3 Explorer

  1. Klik op [File] (Bestand) -> [S3 Compatible] -> [S3-Compatible] om het venster te openen voor het instellen van de verbinding.
  2. Vul het ip-adres of FQDN in van uw Turbo NAS en het poortnummer van de objectopslag-service in het "Service point" veld, en ook de 'access key' (toegangssleutel) en het 'secret' (geheim). Als u een virtuele host gebruikt, moet u de DNS configureren of het hosts-bestand van uw computer wijzigen, om de virtuele hostnaam te koppelen aan het ip-adres van uw Turbo NAS. Als u de voorkeur geeft aan het gebruik van SSL om data-overdracht te versleutelen, zult u een waarschuwingsmelding ontvangen als uw Turbo NAS een zelf ondertekend SSL-certificaat gebruikt.
  3. Druk op [Test Connection] (Verbinding testen) om correcte instellingen te garanderen, en klik op de [OK]-knop om het venster te sluiten. U kunt nu beginnen met toegang te krijgen tot uw data.

OpenStack Storage Explorer

  1. Klik op [File] (Bestand) -> [OpenStack] om het venster te openen voor het instellen van de verbinding.
  2. Vul het URL-adres in van uw OSS OpenStack service endpoint, met het juiste IP-adres of FQDN van uw Turbo NAS en het poortnummer van de objectopslag-service in het "Authentication Service" veld en ook de gebruikersnaam en de API-sleutel. Als u een virtuele host gebruikt, moet u de DNS configureren of het hosts-bestand van uw computer wijzigen, om de virtuele hostnaam te koppelen aan het ip-adres van uw Turbo NAS. U kunt ervoor kiezen SSL te gebruiken voor het versleutelen van de data-overdracht door HTTPS te gebruiken, maar u zult een waarschuwingsbericht ontvangen als uw Turbo NAS een zelf ondertekend SSL-certificaat gebruikt. NIET "Use Keystone authentication" inschakelen.
  3. Druk op de knop [Test Connection] (Verbinding testen) om correcte instellingen te garanderen, en kies de [OK]-knop om het venster te sluiten. U kunt nu beginnen met toegang te krijgen tot uw data.

QNAP CloudBackup Apps gebruiken

QNAP biedt CloudBackup Apps die data kunnen back-uppen vanaf uw Turbo NAS naar een verscheidenheid aan cloudopslag-services waaronder S3 en OpenStack. Ga naar de QTS App Center om deze apps te downloaden en volg de aanwijzingen bij deze toepassingen voor het gebruik van objectopslag-protocollen als uw back-up oplossing. U kunt nu een app op uw Turbo NAS gebruiken voor de back-up naar openbare cloudopslag en privé cloudopslag.

Meer software utilities

Er zijn vele toepassingen voor S3 en OpenStack. Enkele staan hier opgesomd ter referentie:

  • Cyberduck (https://cyberduck.io/): S3 en OpenStack browser voor Windows en Mac
  • Duplicati (http://www.duplicati.com/): S3 en OpenStack backup client voor Windows en Linux
  • S3 Browser (http://s3browser.com/): S3 Windows client
  • S3cmd (http://s3tools.org/): Command Line Client Software voor S3 in Linux
  • Cloud Explorer (https://github.com/rusher81572/cloudExplorer): Een S3 browser voor Windows, Mac en Linux
  • s3fs (https://code.google.com/p/s3fs/): Een FUSE-gebaseerd bestandssysteem ondersteunt door S3. Een bucket aankoppelen als een lokaal bestandssysteem met lees/schrijfrechten.

Ontwikkelkits

U kunt ook meer open-source bronnen (SDK) vinden via internet voor het ontwikkelen van de S3 en OpenStack toepassingen

  • AWS voorbeeldcode, bibliotheken en documenten (http://aws.amazon.com/code)
  • OpenStack software-ontwikkeling kits (https://wiki.openstack.org/wiki/SDKs)

Evaluatie van prestaties

U kunt de prestaties testen van de objectopslag-services voor uw Turbo NAS met de volgende instrumenten:

  • COSBench (https://github.com/intel-cloud/cosbench)
  • Swift Bench (https://github.com/openstack/swift-bench)

Ondersteunde APIs

OSS ondersteunt de basisfuncties van S3 en OpenStack API Echter, omdat OSS verenigde opslag afdwingt, kan toegang verkregen worden via beide objecten en bestanden, en zijn de gedragingen van de API net iets anders dan bij zuivere objectopslag. Voer eerst testen uit voor u OSS gaat gebruiken in uw productie-omgeving.

OpenStack opslag

  • Account metadata ophalen
  • Snelle ACLs
  • Containers weergeven
  • Container verwijderen
  • Container aanmaken
  • Container metadata ophalen
  • Container metadata bijwerken
  • Container metadata verwijderen
  • Objecten weergeven
  • Object aanmaken (max objectgrootte: 1TB)
  • Groot object aanmaken (ondersteunt SLO en DLO)
  • Aanbevolen segmentgrootte: 5GB
  • Object verwijderen (ondersteunt 'en masse' verwijderen)
  • Object ophalen
  • Object kopiëren
  • Object metadata ophalen
  • Object metadata bijwerken
  • CORS
  • TempURL
  • Form POST

S3

  • Buckets weergeven
  • Bucket verwijderen
  • Bucket aanmaken
  • Bucket-info ophalen (HEAD)
  • Object plaatsen
  • Object verwijderen
  • Meerdere objecten verwijderen
  • Object ophalen
  • Object-info ophalen (HEAD)
  • Object kopiëren
  • Multipart Uploads
Uitgavedatum: 2014-11-28
Was dit nuttig?
Bedankt voor uw feedback.
Bedankt voor uw feedback. Neem contact op met support@qnap.com als u vragen hebt.