QNAP Systems, Inc. - netwerk opslag (NAS)

Language

Support

Hoe gebruik ik Qsync om bestanden te synchroniseren op mijn computers en NAS?

Categorie

 

Voor Windows-gebruikers

Aan de slag

Qsync is een cloud-gebaseerde synchronisatie-service voor QNAP NAS. Voeg gewoon bestanden toe aan uw lokale Qsync-map, en ze komen beschikbaar op uw NAS en alle daarmee verbonden apparatuur.

Alvorens Qsync te gebruiken

  1. Gebruikeraccounts aanmaken op de NAS,
  2. Qsync-client installeren op uw PC en Qfile op uw mobiele apparaten.
  3. Inloggen op de NAS, die Qsync zal huisvesten, vanaf uw PC/mobiele apparaat (aangeduid in dit document als Qsync-clients.)

De minimum systeemvereisten voor Qsync-client zijn als volgt:

Besturingssysteem: Windows 10, Windows 8.1, Windows 8, Windows 7, Windows Vista (SP3), Windows Server 2012 R2, Windows Server 2012, Windows Server 2008 R2.
Processor: 1 GHz.
RAM: 1 GB (32-bit) of 2 GB (64-bit).

Gebruikersaccounts aanmaken op de NAS.

Maak accounts aan voor de Qsync-gebruikers.

Als NAS-beheerder, ga naar “Control Panel” (Configuratiescherm) > “Privilege Settings” (Privilege-instellingen) > “Users” (Gebruikers), of ga naar “Qsync Central Station 2.0” > ”Users” (Gebruikers), en klik daarna op ”Create a User” (Een gebruiker aanmaken).

Alleen NAS-beheerders kunnen accounts aanmaken. Als u geen beheerder bent, laat dan de systeembeheerder voor u een account aanmaken.



Qsync-client installeren

Qsync zal alle gekozen bestanden op uw computers of mobiele apparaten synchroniseren.

Volg de instructies op de pagina “Overview” (Overzicht) om het hulpprogramma te downloaden. (Log in op de NAS, en ga dan naar “Qsync Central Station 2.0” > “Overview” (Overzicht).)

Of download het hulpprogramma vanaf de QNAP-website: Support > Download > Utilities (Hulpprogramma’s).

Voor computers, download de Qsync Client-utility voor Windows.

Voor mobiele apparaten download en installeer Qfile voor iOS of Android.

Inloggen op de NAS

Vul na het installeren van de utility het gebruiker-ID en het wachtwoord in, en specificeer de NAS die als Qsync-server gaat fungeren.

Om de NAS te lokaliseren binnen een LAN-omgeving, klikt u op "Search" (Zoeken) of vult u het IP-adres of de naam ervan in. (bijvoorbeeld het IP-adres: 10.8.1.20 of 192.168.1.100)

Gebruik uw myQNAPCloud-adres om in te loggen als u (via het Internet) verbinding wilt maken met een externe NAS (bijvoorbeeld: andy@myQNAPcloud.com).

Opgelet: Als de NAS-verbindingspoorten veranderd zijn, voeg het poortnummer dan toe aan het IP-adres; vul anders alleen een IP-adres in. (Standaard poortnummer: 8080).

Map-paren voor synchronisatie op uw PV creëren

Synchroniseer gepaarde mappen tussen uw mappen op een PC en uw NAS. Klik op "Next" (Volgende) om door te gaan.

Klik op “Edit” (Wijzigen) om de locatie van de sync-map te wijzigen en 'selectieve synchronisatie' te configureren:

“Location”(Locatie): Kies de map op uw PC die u met uw NAS-map synchroniseren wilt.

“Selective Synchronization” (Selectieve synchronisatie): Kies alleen submappen van de NAS-map om te synchroniseren met PC's. Dit is nuttig wanneer de omvang van de NAS-map groter is dan de opslagcapaciteit van de PC.

Opgelet: Om te synchroniseren met een gedeelde NAS-map, moet u zich ervan vergewissen dat de NAS-beheerder synchronisatie ingeschakeld heeft op deze gedeelde map. Deze instelling kan gewijzigd worden in "Control Panel" (Configuratiescherm) > "Qsync Central Station 2.0" > "Shared Folders" (Gedeelde mappen) op de NAS. Nadat de synchronisatie is ingeschakeld, kunnen gebruikers die lees-en-schrijf privileges op deze gedeelde map hebben de inhoud ervan synchroniseren met andere apparaten. Als de gebruiker alleen-lees privilege heeft op de gedeelde map, zullen geen veranderingen aangebracht worden op de NAS, wanneer men een bestand toevoegt aan, verandert in of verwijderd uit de gepaarde lokale map.

Beginnen met het gebruik van de Qsync-client

Dubbelklik op de Qsync Client-snelkoppeling om de lokale Qsync-map te openen. Klik op het Qsync Client-icoon op de taakbalk om het menu te openen.

Kopieer/Verplaats nu gewoon uw bestanden naar de lokale QSync-map, waarna zij gesynchroniseerd zullen worden met de NAS, en vervolgens gekopieerd naar alle andere aangesloten apparaten waarop het QSync Client-hulpprogramma geïnstalleerd is.

Synchronisatie

Er zijn enkele andere methoden waarmee u uw bestanden synchroniseren kunt. Qsync zal automatisch de bestanden synchroniseren tussen uw computers of mobiele apparaten waarop Qsync geïnstalleerd is, en zij zullen ook gesynchroniseerd worden naar de Qsync-map op de NAS.

  1. Voor PC's versleept u bestanden direct naar de lokale Qsync-map.
  2. Voor mobiele apparaten (Qfile), kopieer of verplaats de bestanden naar de lokale Qsync-map.
  3. Voor de NAS kopieert of verplaatst u bestanden naar de Qsync-map via File Station (webgebaseerde bestandsverkenner).

Opgelet:

  1. Als bestanden "dragged and dropped" (versleept worden) naar de lokale Qsync-map, zullen zij verplaatst (niet gekopieerd) worden naar de Qsync-map, als de bestanden en de lokale Qsync-map zich op dezelfde schijf bevinden. Dit gedrag is hetzelfde bij de bestandsverkenner van Windows.
  2. De maximum grootte van een enkel bestand dat door Qsync verstuurd kan worden over een LAN is 500GB.
  3. Qsync ondersteunt niet SAMBA, FTP of AFP voor bestandstoegang. Benader bestanden via File Station of het Qsync Client-hulpprogramma.
  4. Qfile synchroniseert alleen de bestandslijst en downloadt niet de bestanden naar een mobiel apparaat. Download de bestanden wanneer u ze nodig heeft.

Offline wijzigen

U kunt uw bestanden offline doorbladeren en bewerken, en zodra uw apparaat online is, zal QSync de bestanden die u offline bewerkt heeft automatisch synchroniseren.

Delen

Bestanden delen via download-links

U kunt bestanden delen door download-links te versturen naar hen die niet het Qsync Client-hulpprogramma geïnstalleerd hebben.

  1. In Windows, klik met de rechtermuisknop op een bestand dat u delen wilt in de lokale Qsync-map en klik op "Share the link" (De link delen).
  2. Maak een keuze tussen het versturen van de link via e-mail of het kopiëren van de link naar anderen.


  3. Klik op "Advanced" (Geavanceerd) om extra opties voor de link te configureren, zoals het maken van een SSL-verbinding, de vervaldatum, of het wachtwoord.
  4. Voor de NAS, klik met de rechtermuisknop op het bestand dat u delen wilt in de Qsync-map binnen File Station en klik op "Share" (Delen).
  5. Voor mobiele apparaten, lanceer Qfile om het bestand te delen in de lokale Qsync-map door te klikken op het icoon rechts en klik op "Share" (Delen).
  6. De ontvangers van het bestand kunnen klikken op de link of deze kopiëren en plakken naar een webbrowser om het bestand te downloaden.

Mappen delen met een groep

U kunt een map delen met een gebruikersgroep. Als een lid van de groep een bestand in de map deelt, kunnen andere leden het bestand ontvangen.

Stappen:

  1. Maak gebruikersaccounts aan in de NAS voor elk groepslid.
  2. Zorg ervoor dat het Qsync Client-hulpprogramma geïnstalleerd is op het apparaat van elk groepslid.
  3. Klik met de rechtermuisknop op de map die u delen wilt in de lokale Qsync-map en klik op “Share this folder as a team folder” (Deze map delen als een teammap).
  4. Kies gebruikers uit de lijst van lokale gebruikers of domeingebruikers.
  5. Alle leden in de groep zullen een uitnodiging ontvangen voor het delen van een bestand. Eenmaal geaccepteerd, kunnen de groepsleden beginnen met het benaderen van deze gedeelde map.

Opgelet:

  1. De teammap wordt pas van kracht nadat uitgenodigde gebruikers hun uitnodiging aanvaard hebben.
  2. Gebruikers kunnen teammappen die door anderen worden gedeeld niet delen.

Externe toegang

De NAS benaderen over het internet

Om verbinding te maken met een externe NAS (via het internet), moet de beheerder eerst de apparaatnaam voor de NAS configureren in "myQNAPcloud" (inloggen op de NAS en klikken op de myQNAPcloud-snelkoppeling op het bureaublad).

Breng vervolgens de gebruikers op de hoogte van het myQNAPcloud-webadres voor hun toegang op afstand. Daarna kunt u gebruikmaken van het myQNAPcloud-adres om in te loggen op de externe NAS (bijvoorbeeld andy@myQNAPcloud.com).

Opgelet:

  1. De verbinding met de NAS over het internet zal langzamer zijn in vergelijking met een LAN-omgeving.
  2. Als u terugschakelt naar een LAN-omgeving, maak dan opnieuw een verbinding met de NAS via LAN, in plaats van myQNAPcloud te gebruiken; dit levert een betere kwaliteit verbinding op.
  3. Voor betere prestaties bij de overdracht van bestanden, is het raadzaam om 'port forwarding' in te stellen op de router indien mogelijk.

Foto's en video's automatisch synchroniseren

Gebruik de volgende procedure om uw foto's en video's op mobiele apparaten automatisch te synchroniseren met de QSync-map in alle QSync-clients.

  1. Installeer Qfile op uw mobiele apparaten via de link op de pagina "Overview" (Overzicht) van QSync Centraal Station 2.0 op de NAS of download het uit de APP Store.

  2. Start Qfile.
  3. Klik op "Settings" (Instellingen) rechtsonder in het scherm.
  4. Scroll naar beneden en ga naar "Auto upload from photo gallery" (Automatisch uploaden vanuit fotogalerij) en klik op "Set up now" (Nu instellen).
  5. Kies een NAS waar de foto's en video's naar toe moeten worden geüpload.
  6. Kies de map op de NAS.
  7. Kies "Use default setting" (Standaardinstelling gebruiken) ( /Qsync/Camera-uploads) of selecteer "Set up manually" (Handmatig instellen) om het pad in te stellen.
  8. Bepaal of u alle foto's uit de fotogalerij onmiddellijk wilt uploaden.
  9. U kunt het vakje “Wi-Fi only” (Beperken tot WiFi) aanvinken om bestanden via WiFi te uploaden, om eventuele kosten gerelateerd aan het gebruik van een 3G-netwerk te vermijden.
  10. De geüploade bestanden worden gesynchroniseerd naar de map "Camera-uploads" in de Qsync-map op de Qsync-clientapparaten.

Opgelet: Als eerder geüploade bestanden worden verwijderd uit de map Camera-uploads, zal Qfile deze kopieën niet weer uploaden in de fotogalerij.

Synchronisatiebeheer

Klik op het icoon van Qsync in de taakbalk om alle beheerfuncties te bekijken:

  1. Hoofdpagina van Qsync openen
  2. okale Qsync-map openen
  3. Instellingen: Configuratie van globale instellingen, zoals proxy-server en taalvoorkeur en geavanceerde instellingen, zoals debug-logging en desktop-meldingen
  4. Bestanden bekijken via een webbrowser
  5. Uploaden naar de NAS vanuit QGenie
  6. Het bestand delen of de gedeelde link versturen via e-mail
  7. Open de bevattende folder
  8. Onlangs veranderde bestanden tonen
  9. Bestanden tonen die gesynchroniseerd worden
  10. Meer:
    1. Alle taken pauzeren: Pauzeert alle huidige synchronisatietaken
    2. Qsync-hulp: Links naar de Qsync-hulppagina
    3. Controleren op updates: Controleert op nieuwere versies van het Qsync-hulpprogramma
    4. Uitgang: Qsync verlaten

Hoofdpagina van Qsync

  1. Klik met de rechtermuisknop op "QSync" voor opties om uit te loggen op de NAS, het synchroniseren te pauzeren, of nu te synchroniseren met de NAS.
  2. Een andere NAS toevoegen voor bestandssynchronisatie. U kunt meerdere NAS-eenheden toevoegen om ze te laten synchroniseren met verschillende QSync-mappen op het lokale apparaat. Klik op “+” om een andere NAS toe te voegen en een lokale map aan te wijzen als Qsync-map. Dan zal de aangesloten NAS voor synchronisatie weergegeven worden aan de linkerzijde van de Qsync-hoofdpagina.
  3. Alle synchronisatietaken pauzeren.
  4. Centrum voor het updaten van bestanden. Bekijk de logs van geüpdate bestanden en mappen. Logs kunnen gefilterd worden op bestandsnaam en update-actie.
  5. Algemene instellingen: Configureer een proxy-server, persoonlijke voorkeuren zoals de gewenste taal, het openen van QSync bij het opstarten, automatische invoer van foto's en video's van externe USB-apparaten en de standaardmap voor import, en geavanceerde instellingen, zoals desktop-meldingen en debug-logging.
    1. Proxy-server: Een proxy-server voor de NAS-verbinding instellen. Kies handmatig een proxy of laat Qsync automatisch proxy-instellingen detecteren.
    2. "Personal" (Persoonlijk)
      “Startup Settings” (Opstartinstellingen): Open Qsync wel of niet bij het opstarten.
      “Language”(Taal): Kies uw voorkeurstaal.
      "Import Photos and Videos" (Foto's en video's importeren): Foto's en video's importeren wanneer een USB-apparaat verbonden is. Deze functie is alleen van toepassing op foto's en video's in de DCIM-map in de rootdirectory van het USB-apparaat.
      "Default Folder" (Standaard map): De standaard map voor het uploaden van video's en foto's vanuit USB-apparaten of QGenie.
    3. "Advanced" (Geavanceerd)
      "Notifications" (Meldingen): Toon desktopmeldingen wanneer er activiteiten van bestandssynchronisatie zijn.
      Debug Log: Het systeem zal alle synchronisatie-activiteiten registreren tussen uw computer en de NAS voor het diagnosticeren van technische problemen.
  6. Help: Links naar de pagina's van Quick Start en de Qsync-tutorial.
  7. “About” (Over): De Qsync-clientversie controleren.
  8. De verbinding wijzigen
    U kunt informatie over de NAS-verbinding wijzigen, zoals het IP-adres of de inlognaam en het wachtwoord zonder eerst uit te hoeven loggen.
  9. Verbindingen testen
    Als u problemen ondervindt bij het verbinding maken met de NAS, kunt u het hulpprogramma Connection Test gebruiken. Daarnaast kunt u de upload- en downloadsnelheid van de NAS opvragen.
  10. NAS-instellingen
    U kunt de voorkeuren voor synchronisatie hier configureren. Als de "Central Configuration Mode" (Centrale configuratiemodus) (alleen beheerders kunnen de voorkeuren van client-hulpprogramma's configureren) ingeschakeld is in de Qsync Central Station 2.0, dan kunnen instellingen die ingeperkt zijn door een beheerder niet gewijzigd worden door individuele gebruikers.
    1. Sync
      "Smart delete" (Slim verwijderen): "Do not remove any files on the NAS when synchronizing" (Verwijder geen bestanden op de NAS tijdens het synchroniseren): U kunt bestanden verwijderen in de lokale QSync-map, en van uw computer verwijderde bestanden zullen dan niet met de NAS gesynchroniseerd worden. De NAS blijft kopieën van de verwijderde bestanden bewaren.
    2. "Policy" (Beleid):
      "Conflict Policies" (Conflictbeleid): Hoe naamsconflicten tussen de NAS en clients afgehandeld zullen worden nadat deze weer online gekomen is na het verbreken van de verbinding:
      • Laat mij beslissen voor elk bestand door mij te melden wanneer een conflict optreedt.
      • Geef lokale bestanden een andere naam.
      • Geef de bestanden op de externe NAS een andere naam.
      • Vervang de lokale bestanden door de bestanden op de externe NAS, of
      • Vervang bestanden op de NAS door lokale bestanden.
      "Sharing Policies" (Deelbeleid): "The policies of the team folders when other Qsync users share them to this local computer" (Het beleid voor het delen van de teammappen als andere gebruikers van Qsync ze delen op deze lokale computer):
      • Delen altijd afwijzen.
      • Delen automatisch accepteren, of
      • Meld mij wanneer er gedeeld wordt.
      "Filter Settings" (Filterinstellingen): Tijdens het synchroniseren van bestanden zal Qsync de bestandstypen overslaan die in de filterinstellingen gespecificeerd zijn.

      "Create picture thumbnails" (Miniatuurweergaven creëren): Creëer miniatuurweergaven op het lokale apparaat alvorens afbeeldingen naar de NAS te versturen. Dit bespaart NAS-systeembronnen.
    3. Mail:
      Stel een e-mailaccount in voor het delen van bestanden. U kunt gebruikmaken van de NAS SMTP server-instellingen (alleen voor beheerders), het e-mailaccount op uw PC, of u kunt een nieuwe SMTP-server configureren.
  11. De Qsync-map openen
    Open de lokale Qsync-map.
  12. Meer
    Log uit op de gesynchroniseerde NAS, pauzeer het synchroniseren, of synchroniseer nu met de NAS.
  13. Linkstatus
    Toont de synchronisatiestatus, gesynchroniseerde apparaten, NAS-informatie, en het gebruik van NAS-ruimte.
  14. “Sharing Center” (Deelcentrum)
    "Team Folder" (Teammap): Bekijk gedeelde teammappen. Als het een teammap is die gedeeld wordt door andere personen, dan kunt u ervoor kiezen deze teammap te accepteren of af te wijzen. Als het een teammap is die door u gedeeld wordt, dan kunt u de instellingen voor het delen wijzigen of het delen opheffen.
    “Share link” (Link delen): U kunt klikken op “copy link” (link kopiëren) om een eerder gedeeld item weer te delen via dezelfde link. Of klikken op “Delete” (Verwijderen) om een item te verwijderen.
  15. “File Update Center” (Centrum voor het updaten van bestanden)
    Bekijk de logs van geüpdate bestanden en mappen.
  16. “Manage paired folders” (Gepaarde mappen beheren):
    Beheer gepaarde synchronisatiemappen om synchronisatietaken toe te voegen, te verwijderen of te wijzigen.
  17. Bekijk bestanden via een webbrowser:
    Ga naar File Station via uw webbrowser.
  18. "Network Recycle Bin" (Netwerkprullenbak)
    Herstel bestanden die uit de Qsync zijn verwijderd of blader deze door.

Het beheren of monitoren van de Qsync-status via een webbrowser

Log in op de NAS via een webbrowser en klik op de Qsync Central Station 2.0 knop.

"Overview" (Overzicht): Deze pagina geeft de gebruiksmodus van het beheer weer ("User Customization Mode" (aangepaste gebruikersmodus) of "Central Configuration Mode" (Centrale configuratiemodus)) en het totale aantal online gebruikers en apparaten. Het geeft ook links naar File Station en voor het installeren van Qsync. Daarnaast kunt u de Qsync-service in- en uitschakelen (alleen voor beheerders).

  1. "Management settings" (Beheerinstellingen): Dit biedt de mogelijkheid van centraal beheer voor beheerders om standaardinstellingen van de Qsync-client te wijzigen.
  2. "Users" (Gebruikers): Toon informatie van online gebruikers. U kunt hier de gebruikers configureren voor het gebruik van de Qsync-service (alleen voor beheerders).
  3. "Devices" (Apparaten): Deze tabel geeft de status van de verbonden apparaten weer. Het geeft u ook opties om elk apparaat te beheren, zoals hun instellingen wijzigen, blokkeren, of op afstand wissen.
    1. Als gebruikers inloggen vanuit hun PC, zal de naam van het apparaat weergegeven worden als hun computernaam.
    2. Als gebruikers inloggen vanuit Qfile, zal de naam van het apparaat weergegeven worden als "Qfile-Android" of "Qfile-iPhone".
    3. Als gebruikers bestanden verplaatsen of kopiëren naar de Qsync-map in File Station, zal de naam van het apparaat weergegeven worden als "Qsync-File Station".
  4. "Event Logs" (Logs van gebeurtenissen): Toont de activiteiten per gebruiker.
  5. "Team Folder" (Teammap): Gebruikers kunnen hun mappen delen. De tabel toont informatie over teammappen, waaronder mappen die u gedeeld heeft, en die door anderen met u gedeeld worden.
  6. Gedeelde map: Beheerders kunnen ervoor kiezen welke gedeelde mappen gesynchroniseerd zullen worden met client-apparaten. Als een gebruiker lees/schrijf of alleen-lees privileges heeft op een gedeelde map, dan kan deze gedeelde map gesynchroniseerd worden met zijn client-apparaat. Echter, als de gebruiker alleen-lees privilege heeft op de gedeelde map, zullen geen veranderingen aangebracht worden op de NAS, wanneer hij of zij een bestand toevoegt aan, verandert in of verwijdert uit de gepaarde lokale map.
  7. "Shared File Links" (Gedeelde bestandlink): Toont de status van gedeelde links.
  8. "Version Control" (Versiebeheer): U kunt het maximum aantal versies instellen voor uw bestanden en de ruimte controleren die door versiebeheer gebruikt wordt.

Voor Mac-gebruikers

 

Aan de slag

Qsync is een cloud-gebaseerde synchronisatie-service voor de QNAP Turbo NAS. Voeg gewoon bestanden toe aan uw lokale Qsync-map, en ze worden beschikbaar gesteld op uw Turbo NAS en alle daarmee verbonden apparaten.

Alvorens Qsync te gebruiken

Volg de 3 stappen hieronder alvorens Qsync in te zetten.

  1. Gebruikersaccounts aanmaken op de NAS.
  2. Qsync-client installeren op uw computers en Qfile op uw mobiele apparaten.
  3. Inloggen op de NAS (fungerend als een Qsync-server) vanaf uw computers of mobiele apparaten (aangeduid in dit document als Qsync-clients.)

Opgelet:

Alvorens de Qsync-client utility te installeren, moet u zich ervan vergewissen dat uw Mac voldoet aan de minimum systeemvereisten.
Besturingssysteem: OS X El Capitan (10.11), OS X Yosemite (10.10), OS X Mavericks (10.9), OS X Mountain Lion (10.8).
RAM: 2 GB.

Gebruikersaccounts aanmaken op de NAS.

Maak accounts aan voor de Qsync-gebruikers.

Als NAS-beheerder, ga naar “Control Panel” (Configuratiescherm) > “Privilege Settings” (Privilege-instellingen) > “Users” (Gebruikers), of ga naar “Qsync” > ”Users” (Gebruikers), en klik daarna op ”Create a User” (Een gebruiker aanmaken).

Alleen NAS-beheerders kunnen accounts aanmaken. Als u geen beheerder bent, laat dan de systeembeheerder voor u een account aanmaken.



De Qsync-client installeren

Qsync zal alle gekozen bestanden op uw computers of mobiele apparaten synchroniseren.

Volg de instructies op de “Overview” (Overzicht) pagina om de utility te downloaden (ga naar “Qsync Central Station 2.0”> “Overview” (Overzicht)).

Of download de utility vanaf de QNAP-website: "Support" > "Download" > "Utilities" (Hulpprogramma’s).

Voor computers, download de Qsync Client utility voor Mac.

Voor mobiele apparaten download en installeer Qfile voor iOS of Android.

Inloggen op de NAS

Vul na het installeren van de utility het gebruiker-ID en het wachtwoord in, en specificeer de aangewezen NAS als de Qsync-server.

Om de NAS te lokaliseren binnen een LAN, klikt u op "Search" (Zoeken) of vul het IP-adres of de naam ervan in (bijvoorbeeld IP-adres: 10.8.1.20 of 192.168.1.100).

Gebruik uw adres van myQNAPCloud om in te loggen als u (via het Internet) verbinding wilt maken met een externe NAS (bijvoorbeeld: andy@myQNAPcloud.com).

Opgelet: Als de NAS-verbindingspoorten veranderd zijn, voeg het poortnummer dan toe aan het IP-adres; vul anders alleen een IP-adres in. (Standaard poortnummer: 8080).

Gepaarde mappen instellen voor synchronisatie

Gepaarde mappen synchroniseren tussen uw mappen op een Mac en uw NAS. Klik op "Next" (Volgende) om door te gaan.

Opgelet: Om te synchroniseren met een gedeelde NAS-map, moet u zich ervan vergewissen dat de NAS-beheerder synchronisatie ingeschakeld heeft op deze gedeelde map. Deze instelling kan gewijzigd worden in "Control Panel" (Configuratiescherm) > "Qsync Central Station 2.0" > "Shared Folders" (Gedeelde mappen) op de NAS. Nadat de synchronisatie is ingeschakeld, kunnen gebruikers die lees-en-schrijf privileges op deze gedeelde map hebben de inhoud ervan synchroniseren met andere apparaten. Als de gebruiker alleen-lees privilege heeft op de gedeelde map, zullen geen veranderingen aangebracht worden op de NAS, wanneer men een bestand toevoegt aan, verandert in of verwijdert uit de gepaarde lokale map.

Klik op “Edit” (Wijzigen) om de locatie van de sync-map te wijzigen en 'selectieve synchronisatie' te configureren:

Locatie: Kies de map op uw Mac die u met uw NAS-map synchroniseren wilt.
"Selective Synchronization" (Selectieve synchronisatie): Kies alleen submappen van de NAS-map om te synchroniseren met Mac's. Dit is nuttig wanneer de omvang van de NAS-map groter is dan de opslagcapaciteit van de Mac.

Beginnen met het gebruik van de Qsync-client

Klik op het icoon van de Qsync Client op de taakbalk om het menu naar voren te brengen.



Open de Qsync-map

Als u bestanden kopieert/verplaatst naar de lokale Qsync-map op een van uw apparaten, zullen de bestanden gekopieerd worden naar al uw andere apparaten (apparaten waarop de Qsync geïnstalleerd zijn en die met de NAS verbonden zijn.)

Vanaf nu is het niet meer nodig bestanden heen en weer te kopiëren tussen uw PC en externe apparaten, of u zorgen te maken over de grootte van de bestanden wanneer u ze bijvoegt aan een e-mail.

Synchronisatie

Er zijn enkele andere methoden waarmee u uw bestanden synchroniseren kunt. Qsync zal automatisch de bestanden synchroniseren tussen uw computers of mobiele apparaten waarop Qsync geïnstalleerd is, en zij zullen ook gesynchroniseerd worden naar de Qsync-map op de NAS.

  1. Voor PC's versleept u bestanden direct naar de lokale Qsync-map.
  2. Voor mobiele apparaten (Qfile), kopieer of verplaats de bestanden naar de lokale Qsync-map.
  3. Voor de NAS kopieert of verplaatst u bestanden naar de Qsync-map via File Station (webgebaseerde bestandsverkenner).

Opgelet:

  1. Als bestanden "dragged and dropped" (versleept worden) naar de lokale Qsync-map, zullen zij verplaatst (niet gekopieerd) worden naar deze map, als de bestanden en de Qsync-map zich op dezelfde schijf bevinden. Dit gedrag is hetzelfde bij de bestandsverkenner van Windows.
  2. De maximum grootte van een enkel bestand dat door Qsync verstuurd kan worden over een LAN is 500GB.
  3. Qsync ondersteunt niet SAMBA, FTP of AFP voor bestandstoegang. Benader bestanden via File Station of Qsync.
  4. Qfile synchroniseert alleen de bestandslijst en downloadt niet de bestanden naar een mobiel apparaat. Download de bestanden wanneer u ze nodig heeft.

Offline wijzigen

U kunt uw bestanden offline doorbladeren en bewerken, en zodra uw apparaat online is, zal QSync de bestanden die u offline bewerkt heeft automatisch synchroniseren.

Delen

Bestanden delen via download-links

U kunt bestanden delen door download-links te versturen naar hen die niet het Qsync Client-hulpprogramma geïnstalleerd hebben.

  1. In Windows, klik met de rechtermuisknop op een bestand dat u delen wilt in de lokale Qsync-map en klik op "Share the link" (De link delen).
  2. Maak een keuze tussen het versturen van de link via e-mail of het kopiëren van de link naar anderen.
  3. Klik op “Advanced” (Geavanceerd) om extra opties voor de link te configureren, zoals het maken van een SSL-verbinding, de vervaldatum, of het wachtwoord.






  4. Voor de NAS, klik met de rechtermuisknop op het bestand dat u delen wilt in de Qsync-map binnen File Station en klik op "Share" (Delen).
  5. Voor mobiele apparaten, lanceer Qfile om het bestand te delen in de lokale Qsync-map door te klikken op het icoon rechts en klik op "Share" (Delen).
  6. De ontvangers van het bestand kunnen klikken op de link of deze kopiëren en plakken naar een webbrowser om het bestand te downloaden.

Mappen delen met een groep

U kunt een map delen met een gebruikersgroep. Als een lid van de groep een bestand in de map deelt, kunnen andere leden het bestand ontvangen.

Stappen:

  1. Maak gebruikersaccounts aan in de NAS voor alle groepsleden.
  2. Zorg ervoor dat het Qsync-hulpprogramma geïnstalleerd is op de apparaten van de groepsleden.
  3. Klik met de rechtermuisknop op de map die u delen wilt in de lokale Qsync-map en klik op “Share this folder as a team folder” (Deze map delen als een teammap).



  4. Kies gebruikers uit de lijst van lokale gebruikers of domeingebruikers.
  5. Alle leden in de groep zullen een uitnodiging ontvangen voor het delen van een bestand. Wanneer geaccepteerd, kunnen de groepsleden beginnen met het benaderen van deze gedeelde map.

Opgelet:

  1. De teammap wordt pas van kracht nadat uitgenodigde gebruikers hun uitnodiging aanvaard hebben.
  2. Gebruikers kunnen teammappen die door anderen worden gedeeld niet delen.

Externe toegang

De NAS benaderen over het internet

Om verbinding te maken met een externe NAS (via het internet), moet de beheerder eerst de apparaatnaam voor de NAS configureren in "myQNAPcloud" (inloggen op de NAS > NAS Desktop > en klikken op de myQNAPcloud-snelkoppeling).

Vervolgens moeten de gebruikers op de hoogte gesteld worden van het myQNAPcloud-webadres voor hun toegang op afstand. Daarna kunt u gebruikmaken van het myQNAPcloud-adres om in te loggen op de externe NAS (bijvoorbeeld andy@myQNAPcloud.com).

Opgelet:

  1. De verbinding met de NAS over het internet zal langzamer zijn in vergelijking met een LAN-omgeving.
  2. Als u terugschakelt naar een LAN-omgeving, maak dan opnieuw een verbinding met de NAS via LAN, in plaats van myQNAPcloud te gebruiken; dit levert een betere kwaliteit verbinding op.
  3. Voor betere prestaties bij de overdracht van bestanden, is het raadzaam om 'port forwarding' in te stellen op de router indien mogelijk.

Foto's en video's automatisch synchroniseren

Qsync kan uw foto's en video's op mobiele apparaten synchroniseren naar de Qsync-map, of automatisch naar alle Qsync-clients.

Stappen:

  1. Volg de instructies op de pagina "Overview" (Overzicht) om het hulpprogramma te downloaden. (Log in op de NAS, en ga dan naar "Qsync Central Station 2.0" > "Overview" (Overzicht).)
  2. Start Qfile.
  3. Klik op "Settings" (Instellingen) rechtsonder in het scherm.
  4. Scroll naar beneden en ga naar "Auto upload from photo gallery" (Automatisch uploaden vanuit fotogalerij) en klik op "Set up now" (Nu instellen).
  5. Kies een NAS waar de foto's en video's naar toe moeten worden geüpload.
  6. Kies de map.
  7. Kies "Use default setting" (Standaardinstelling gebruiken) ( /Qsync/Camera Uploads) of kies "Set up manually" (Handmatig instellen) om het pad in te stellen.
  8. Bepaal of u alle foto's uit de fotogalerij onmiddellijk wilt uploaden.
  9. U kunt het vakje “Wi-Fi only” (Beperken tot WiFi) aanvinken om bestanden via WiFi te uploaden, om eventuele kosten gerelateerd aan het gebruik van een 3G-netwerk te vermijden.
  10. De geüploade bestanden worden gesynchroniseerd naar de map "Camera-uploads" in de Qsync-map op de Qsync-clientapparaten.

Opgelet: Als eerder geüploade bestanden worden verwijderd uit de map Camera-uploads, zal Qfile deze kopieën niet weer uploaden in de fotogalerij.

Synchronisatiebeheer

Klik op het Qsync-icoon in de taakbalk om alle beheerfuncties te bekijken:

  1. Voeg bestanden toe, en bekijk het resultaat van het synchroniseren op de NAS:
    1. "Open Qsync folder" (De Qsync-map openen): Open de Qsync-map om bestanden toe te voegen.
    2. "View files by the web browser" (Bestanden bekijken via de webbrowser): Open File Station (webgebaseerde bestandsverkenner) en blader door de bestanden in de Qsync-map op de NAS.
  2. De voortgang van het synchroniseren beheren:
    1. Synchronisatie onderbreken/hervatten: Klik hierop om de synchronisatie te pauzeren of verder te gaan.
    2. "Sync with NAS now" (Nu met de NAS synchroniseren): Dwing Qsync om weer te scannen, en om de synchronisatielijst te verversen
  3. Informatie voor het synchroniseren en het delen:
    1. "Sharing & File Update Center" (Centrum voor het delen en updaten van bestanden)
      1. File Update Center" (Centrum voor het updaten van bestanden): Toon de updatelog van het bestand of de map.
      2. "Sharing Center" (Deelcentrum): Toon de mappen of bestanden die met anderen gedeeld zijn. Gebruikers kunnen ervoor kiezen om teammappen te accepteren of te weigeren. Echter, gebruikers kunnen teammappen die door anderen worden gedeeld niet delen.
    2. Recent gewijzigde bestanden: Toon de recent gewijzigde bestanden


  4. "Preferences" (Voorkeuren):
    1. "General" (Algemeen):
      1. inkstatus: De huidige status weergeven. Klik op "Logout" (Uitloggen) om van gebruiker te veranderen.
      2. Netwerkprullenbak: Herstel bestanden die uit de Qsync-map zijn verwijderd of blader deze door.
      3. Verbinding testen: Als u problemen ondervindt bij het verbinding maken met de NAS, dan kunt u het hulpprogramma Connection Test gebruiken om de verbinding te testen. Daarnaast kunt u de upload- en downloadsnelheid van de NAS opvragen.

    2. Sync:
      1. Manage paired folders" (Map-paren beheren): Beheer gepaarde synchronisatiemappen om synchronisatietaken toe te voegen, te verwijderen of te wijzigen.
      2. "Import Photos and Videos" (Foto's en video's importeren): Foto's en video's importeren wanneer een USB-apparaat verbonden is. Deze functie is alleen van toepassing op foto's en video's in de DCIM-map in de rootdirectory van het USB-apparaat.
      3. "Default Folder" (Standaard map): De standaard map voor het uploaden van video's en foto's vanuit USB-apparaten of QGenie.
      4. "Smart Delete" (Slim verwijderen): "Do not remove any files on the NAS when synchronizing" (Verwijder geen bestanden op de NAS tijdens het synchroniseren): U kunt bestanden verwijderen in de lokale QSync-map, en van uw computer verwijderde bestanden zullen dan niet met de NAS gesynchroniseerd worden. De NAS blijft kopieën van de verwijderde bestanden bewaren.
    3. "Policy" (Beleid):
      1. "Conflict Policies" (Conflictbeleid): "The policies for handling the name conflicts between the Qsync server (NAS) and clients after it is back online from a disconnection" (Het beleid voor het afhandelen van naamsconflicten tussen de Qsync-server (NAS) en clients nadat deze weer online is gekomen na het verbreken van de verbinding):
        • Laat mij beslissen voor elk bestand door mij te melden wanneer een conflict optreedt.
        • Geef lokale bestanden een andere naam.
        • Geef de bestanden op de externe NAS een andere naam.
        • Vervang de lokale bestanden door de bestanden op de externe NAS, of
        • Vervang bestanden op de NAS door lokale bestanden.
      2. "Sharing Policies" (Deelbeleid): "The policies of the team folders when other Qsync users share them to this local computer" (Het beleid voor het delen van de teammappen als andere gebruikers van Qsync ze delen op deze lokale computer):
        • Delen altijd afwijzen.
        • Delen automatisch accepteren, of
        • Meld mij wanneer er gedeeld wordt.
      3. "Filter Settings" (Filterinstellingen): Tijdens het synchroniseren van bestanden zal Qsync de bestandstypen overslaan die in de filterinstellingen gespecificeerd zijn.
    4. E-Mail:
      Stel een e-mailaccount in voor het delen van bestanden. U kunt gebruikmaken van de NAS SMTP server-instellingen (alleen voor beheerders), het e-mailaccount op uw PC, of u kunt een nieuwe SMTP-server configureren.
    5. "Advanced" (Geavanceerd):
      "Startup Settings" (Opstartinstellingen): Beslis of Qsync wel of niet geopend moet worden bij het opstarten.
      "Notifications" (Meldingen): Toon desktopmeldingen wanneer er activiteiten van bestandssynchronisatie zijn.
      "Create picture thumbnails" (Miniatuurweergaven creëren): Creëer miniatuurweergaven op het lokale apparaat alvorens afbeeldingen naar de NAS te versturen. Dit helpt NAS-bronnen besparen.
      Debug log: Het systeem zal alle synchronisatie-activiteiten registreren tussen uw computer en de NAS voor het diagnosticeren van technische problemen.

Het beheren of monitoren van de Qsync-status via een webbrowser

Log in op de NAS via een webbrowser en start Qsync Central Station 2.0.

"Overview" (Overzicht): Deze pagina geeft de gebruiksmodus van het beheer weer ("User Customization Mode" (aangepaste gebruikersmodus) of "Central Configuration Mode" (Centrale configuratiemodus)) en het totale aantal online gebruikers en apparaten. Het geeft ook links naar File Station en voor het installeren van Qsync. Daarnaast kunt u de Qsync-service in- en uitschakelen (alleen voor beheerders).

  1. "Management settings" (Beheerinstellingen): Dit biedt de mogelijkheid van centraal beheer voor beheerders om standaardinstellingen van de Qsync-client te wijzigen.
  2. "Users" (Gebruikers): Toont een lijst van online gebruikers om de Qsync-service voor gebruikers te beheren (alleen voor de beheerder.)
  3. "Devices" (Apparaten): Deze tabel geeft de status van de verbonden apparaten weer. Het geeft u ook opties om elk apparaat te beheren, zoals hun instellingen wijzigen, blokkeren, of op afstand wissen.
    1. Als gebruikers inloggen vanuit hun PC, zal de naam van het apparaat weergegeven worden als hun computernaam.
    2. Als gebruikers inloggen vanuit Qfile, zal de naam van het apparaat weergegeven worden als "Qfile-Android" of "Qfile-iPhone".
    3. Als gebruikers bestanden verplaatsen of kopiëren naar de Qsync-map in File Station, zal de naam van het apparaat weergegeven worden als "Qsync-File Station".
  4. "Event Logs" (Logs van gebeurtenissen): Toont de activiteiten per gebruiker.
  5. "Team Folder" (Teammap): Gebruikers kunnen hun mappen in de Qsync-map delen als een teammap. De tabel toont informatie over teammappen, waaronder mappen die u gedeeld heeft, en die door anderen met u gedeeld worden.
  6. "Shared folders" (Gedeelde mappen): Beheerders kunnen de synchronisatie van gedeelde mappen configureren. Als een gebruiker lees/schrijf of alleen-lees en synchronisatie privileges heeft op een gedeelde map, dan kan deze gedeelde map gesynchroniseerd worden met hun client-apparaten (alleen voor Windows).
  7. "Shared File Links" (Gedeelde bestandlinks): Toont de status van gedeelde links.
  8. "Version Control" (versiebeheer): U kunt het maximum aantal versies instellen voor uw bestanden en de ruimte controleren die door versiebeheer gebruikt wordt.

 

Uitgavedatum: 2014-05-29
Was dit nuttig?
Bedankt voor uw feedback.
Bedankt voor uw feedback. Neem contact op met support@qnap.com als u vragen hebt.
41% van de mensen vond dit nuttig